Gegevens beheren vervolg
Deelname aan het Meerkeuzesysteem kan leiden tot verlaging van het brutoloon. Gevolg hiervan is dat ook andere salarisafhankelijke regelingen in beginsel moeten worden verlaagd, zoals vakantietoeslag, maar ook de pensioengrondslag. Sinds september 2008 is er een nieuw Besluit pensioengevend loon van kracht.
Limitatieve opsomming
Tot voor kort was onder meer het fiscale besluit van 22 februari 2002 hierop van toepassing. Hierin staat dat een verlaging van het brutoloon niet hoeft te leiden tot een verlaging van de pensioengrondslag, mits de uitruil werd besteed aan een van de fiscale regelingen die werden opgesomd dit besluit. Verlaging van het pensioengevend salaris is in die situaties dus niet verplicht maar natuurlijk wel toegestaan.
Een aantal populaire regelingen, zoals de regeling extra vergoeding reiskosten en de regeling vergoeding vakbondscontributie, stonden niet in deze opsomming. De Belastingdienst behandelde de opsomming meestal als limitatief. Daarom leidde een verlaging van brutoloon – in ruil voor extra reiskostenvergoeding of vergoeding van vakbondscontributie – dus in de praktijk wel tot een verlaging van de pensioengrondslag.
Nieuw besluit
Per 24 september 2008 is een nieuw Besluit pensioengevend loon van kracht geworden. Het uitgangspunt is en blijft dat verlaging van het brutoloon in beginsel moet leiden tot aanpassing van de pensioengrondslag. Het nieuwe besluit geeft in feite goedkeuring om deze verlaging in bepaalde gevallen desgewenst buiten beschouwing te laten.
De belangrijkste wijzigingen zijn:
- er wordt een uitbreiding gegeven van de bestaande goedkeuring uit het oude besluit
- de limitatieve opsomming is komen te vervallen
Dit betekent bijvoorbeeld dat uitruil van brutoloon tegen een vrije vergoeding voor vakbondscontributie en/of reiskosten voortaan – onder de in het besluit genoemde voorwaarden – ook mogelijk is zonder de pensioengrondslag aan te passen.
De algemene fiscale spelregels voor uitruil zonder pensioengevolgen blijven ook in dit nieuwe besluit van kracht:
- er is sprake van een schriftelijk vastgelegde regeling waaraan de deelname openstaat voor tenminste driekwart van de werknemers
- het betreft een regeling waarbij de verlaging van het fiscale loon tijdelijk is, dus niet structureel. De werknemer moet tenminste een keer per jaar de keuze hebben om de samenstelling van zijn beloning te wijzigen
- het verschil tussen het pensioengevend loon voor uitruil en het verlaagde pensioengevend loon na uitruil mag niet meer bedragen dan 30%
- de ruil moet realiteitswaarde hebben en mag geen gekunstelde constructie zijn.
Ingangsdatum en aanlevering gegevens
Wij adviseren om de nieuwe werkwijze per 1 oktober 2008 toe te passen en vanaf die datum geen verlaging van de pensioengrondslag (als gevolg van deelname aan het Meerkeuzesysteem) meer door te geven aan de uitvoeringsorganisatie Pensioenfonds Zorg en Welzijn: PGGM.
De Belastingdienst voegt daaraan toe dat de wijziging met terugwerkende kracht voor het gehele jaar 2008 kan worden toegepast. Het moet dan wel – zoals in het besluit staat beschreven – om situaties van reële ruil van brutoloon voor een ander bestanddeel gaan.
Heeft u al een lagere pensioengrondslag doorgegeven en wilt u deze mutatie terugdraaien?
Lever dan de correcte gegevens opnieuw aan op dezelfde wijze als u gewend bent.
