Gegevens beheren
De werktijd geeft u aan met een deeltijdfactor. De deeltijdfactor berekent u door:
de gewerkte uren over het voorgaande jaar
de normaal geldende (volledige) werktijd
De deeltijdfactor rondt u af op twee decimalen. In de rekenvoorbeelden zijn de verschillende arbeidscontractvormen uitgewerkt.
1. Bepaal tot welke categorie uw medewerker behoort
- Voltijder: medewerker van wie de werkelijke werktijd gelijk is aan de normaal geldende volledige werktijd
- Deeltijder: medewerker met wie u een bepaalde (minder dan de normaal geldende) werktijd bent overeengekomen
- Oproepkracht: medewerker die uitsluitend op afroep werkt.
2. Bepaal de referteperiode
- het tijdvak voor bepaling van de deeltijdfactor is een kalenderjaar. We noemen dat referteperiode. Begint of eindigt een arbeidsverhouding van uw medewerker in de loop van een kalenderjaar? Dan is de referteperiode de periode dat uw medewerker bij u in dienst is.
- de referteperiode voor een oproepkracht werkt anders. Deze gaat in op de dag of de eerste dag van de maand waarop hij voor het eerst arbeid verricht. De periode eindigt op de dag of de laatste dag van de maand waarin hij voor het laatst werkt. De werktijd van uw oproepkracht staat vooraf niet vast. Daarom geeft u bij aanmelding een fictieve deeltijdfactor van 000 op. Bij een oproepkracht die in het afgelopen kalenderjaar is gaan deelnemen of de deelneming heeft beƫindigd, vermeldt u de deelnemingsperiode in dat kalenderjaar.
3. Bepaal de werkelijke werktijd
- de gewerkte tijd in het kalenderjaar
- de daarbij behorende vakantiedagen of -uren, ongeacht of deze zijn opgenomen
De normaal geldende volledige werktijd is per CAO vastgesteld. De meest voorkomende jaartotalen zijn:
- 2080 uur (40 uur per week)
- 1976 uur (38 uur per week)
- 1950 uur (37,5 uur per week)
- 1872 uur (36 uur per week)
- 1664 uur (32 uur per week)
Let u op bij medewerkers die recht hebben op Arbeidsduurkeuze of Arbeidsduurverkorting? Bij hen berekent u de deeltijdfactor anders dan bij standaard overwerk. Bekijk nu de verschillende rekenvoorbeelden.
Situaties die van invloed zijn op de berekening van de deeltijdfactor.