Waarom verschilt de dekkingsgraad per pensioenfonds?

​Er zijn verschillende redenen aan te wijzen waarom de dekking van pensioenfondsen zo verschilt.

Wel of niet bijstorten door werkgever

Er bestaat een belangrijk verschil tussen pensioenfondsen die voor één bedrijf werken (ondernemingspensioenfondsen) en fondsen die voor een hele sector werken, zoals PFZW (bedrijfstakpensioenfondsen). Bij ondernemingspensioenfondsen bestaat vaak de afspraak dat de werkgever geld bijstort als er tekorten zijn. Bedrijfstakpensioenfondsen hebben zo’n geldschieter niet. Daarom hebben pensioenfondsen die voor één bedrijf werken vaak een betere dekkingsgraad dan pensioenfondsen die voor een hele sector werken.

Gemiddelde leeftijd

Een andere oorzaak van de verschillen tussen pensioenfondsen heeft te maken met de gemiddelde leeftijd van de deelnemers bij een pensioenfonds. Een belangrijke factor voor de dekkingsgraad van een fonds is de stand van de rente. Hoe lager de rente, hoe meer geld we opzij moeten zetten voor de pensioenen.

Fondsen met een gemiddeld relatief jong leeftijdsbestand, zoals PFZW, hebben meer last van de lage rente dan fondsen met wat oudere deelnemers. Dat komt omdat het bij fondsen met jongere deelnemers nog lang duurt voordat een groot deel van de pensioenen wordt uitbetaald. En over al die jaren tot het zover is, werkt de lage rente door bij de berekeningen. Van de grote Nederlandse pensioenfondsen is dit effect bij PFZW het grootst.

Daar komt nog bij dat de deelnemers van PFZW voor het overgrote deel vrouwen zijn. Die leven gemiddeld een paar jaar langer dan mannen. Ook over die extra levensjaren telt de lage rente door in de berekeningen.

Afdekken van het renterisico

Tegen het risico dat een dalende rente met zich meebrengt, kunnen pensioenfondsen zich beschermen. Dat kan met een soort verzekering, die geld uitkeert als de rente daalt. Als de rente stijgt, moet je als pensioenfonds juist betalen. Veel fondsen hebben zo’n verzekering, maar in wisselende mate. Wanneer je het renterisico volledig (voor 100%) afdekt, heb je geen last van een dalende rente. Maar als de rente stijgt, profiteer je ook niet en loop je de kans op herstel mis.

PFZW heeft het renterisico deels afgedekt, voor ongeveer 35%. Daardoor wordt een deel van de negatieve effecten bij een dalende rente opgevangen, maar profiteren we ook direct bij een rentestijging. Vooral bij fondsen met relatief jongere deelnemers zien we dat de rente-afdekking beperkt is.

Had PFZW zich in het verleden beter moeten beschermen tegen een sterk dalende rente? Dat is een moeilijke vraag. Met wijsheid achteraf is het makkelijk te zeggen dat het beter had gekund. Hadden we het renterisico voor een groter deel afgedekt? Dan zouden we er nu beter voor staan. Maar wij geloven dat ons beleid, gegeven de omstandigheden, verstandig was en is. Omdat onze deelnemers kunnen profiteren wanneer de rente klimt én we tegelijkertijd de scherpe randjes van een rentedaling hebben verzacht.

Rendement

Er zijn veel redenen aan te wijzen voor de verschillen tussen pensioenfondsen. Buiten de hierboven genoemde oorzaken worden ook de rendementen op de beleggingen vaak genoemd. Daar schortte het bij PFZW de afgelopen tientallen jaren in ieder geval niet aan. Sinds onze oprichting in 1971 behaalden we een gemiddeld jaarlijks beleggingsrendement van 8,1% (tot en met het vierde kwartaal van 2018). Uit dat rendement betalen we het grootste deel van uw pensioen; de premie die u betaalt is voor een goed pensioen namelijk lang niet genoeg.    

Bekijk de maandelijkse dekkingsgraden van PFZW