Taalakkoord

Taalakkoord draagt bij aan een inclusieve samenleving

Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) en zorgorganisatie Pameijer ondersteunen het ‘Taalakkoord’, een initiatief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om communicatie zo begrijpelijk mogelijk in te richten. Peter Borgdorff (PFZW) en Linda Boot (Pameijer) spraken over de uitdagingen van heldere communicatie in een snel veranderende sector.

Innovatie vanuit traditie

Pameijer is een grote zorgorganisatie in de regio Rijnmond en omstreken: 5.500 cliënten, 2.200 medewerkers en 200 locaties. ‘Maar de grootste worden is niet ons streven’, aldus Bestuursvoorzitter Linda Boot. ‘Sinds 1926, toen Pameijer werd opgericht door de Rotterdams arts Pameijer, werken wij vanuit de visie dat iedereen een plaats heeft binnen de samenleving. Ook onze doelgroep, mensen met een verstandelijke of psychosociale beperking. Die inclusieve samenleving bereiken we door onze cliënten te ondersteunen bij alle facetten van het dagelijks leven: opgroeien, wonen, werken en sociaal contact. Niet in anonieme gebouwen, maar middenin de wijk en de samenleving. Op basis van deze visie en traditie proberen we ons te onderscheiden in snel veranderende tijden van marktwerking en decentralisatie.’

 

Peter Borgdorff, directeur PFZW, herkent deze visie: ‘Ook de pensioensector kent vele actuele uitdagingen: Europese wetgeving, dalende dekkingsgraden door de lage rentestand, de vraag om een meer flexibele systeeminrichting. Tegelijkertijd hebben we altijd in ons achterhoofd voor wie we het doen. De verpleegkundige in het ziekenhuis, de begeleider in een woonvoorziening, zoals die van Pameijer. Gewone mensen die met volle overtuiging bijdragen aan het welzijn van ieders dierbaren. Als we niet iedere dag inzetten op begrijpelijk taalgebruik, heeft de discussie rondom deze ingewikkelde materie een simpel effect: verlies van vertrouwen tussen organisatie en deelnemers. Terwijl dat vertrouwen juist zo van belang is als het gaat om je bestaanszekerheid op je oude dag. Daarom onderschrijven we het Taalakkoord van harte.’ 

Iedereen heeft een voorbeeldfunctie  

‘Het in de praktijk uitdragen van het Taalakkoord begint bij jezelf’, stelt Borgdorff. ‘Het leven is geen wedstrijd in beleidsproza. Ik vind dat een directeur vanuit de praktijk moet weten wat er speelt, welke zorgen er leven. Daarom organiseer ik ook geregeld bijeenkomsten met zorgmedewerkers van de werkvloer. Op zo’n moment kun je grote onderwerpen klein maken, vertalen naar iemands persoonlijke situatie. Dat maakt het tastbaar en geeft ook de mogelijkheid om in te spelen op de discussie in de media. Wat is het verhaal achter het verhaal dat mensen ‘s-ochtends in de krant lezen. Alleen wanneer we elkaars beweegredenen snappen, ontstaat een vertrouwensband.’

 

Linda Boot: ‘Binnen Pameijer heeft iedereen een voorbeeldfunctie heeft als het gaat om begrijpelijke communicatie. De zorg en de samenleving lopen steeds meer in elkaar over. Er wordt iets verwacht van cliënten op het gebied van eigen regie en dat is goed. Wel moeten we als samenleving oog houden voor de begrijpelijkheid van, bijvoorbeeld, communicatie vanuit de gemeente of de belastingdienst. Tegelijkertijd betekent dit ook een duidelijke opdracht voor onze organisatie: cliënten kunnen pas goed worden geïnformeerd, als onze medewerkers de veranderingen volledig begrijpen en toegankelijk door kunnen vertalen. Ook voor de ondersteunende afdelingen en de Raad van Bestuur ligt hier een taak. Alleen door alle schakels met elkaar te verbinden kunnen we de cliënt optimaal ondersteunen.  

Samen werken aan nieuwe zekerheden  

In de afgelopen jaren is het beleid en de wet en regelgeving in zowel de zorg als de pensioensector aan grote veranderingen onderhevig. Hoe gaan traditionele organisaties om met deze aanpassingen? ‘Het begint bij het betrekken van de deelnemers’, stelt Borgdorff. ‘Je moet als organisatie niet zelf gaan verzinnen wat mensen willen. Daarom krijgen PFZW deelnemers de mogelijkheid om op allerlei manieren hun mening te laten horen. Tegelijkertijd vind ik dat je als één van de grootste pensioenfondsen ook een verantwoordelijkheid hebt om kritisch te kijken naar het beleid in Den Haag. We moeten er in zijn algemeenheid voor waken dat we de belangen van een beperkte groep hoopgeleide en zelfredzame burgers, niet zwaarder laten wegen dan de belangen van de stille meerderheid, die veel meer waarde hecht aan stabiliteit en zekerheid. ‘

 

Boot: ‘Uitgangspunt bij Pameijer is de eigen regie van cliënten. Zowel onze cliënten met een verstandelijke als met een psychosociale beperking hebben dan ook een eigen cliëntenraad, met volledige medezeggenschap binnen de organisatie. Om een voorbeeld te geven: bijna elke sollicitant voert een gesprek met een vertegenwoordiging van de cliëntenraad en zij bepalen dus mede wie bij Pameijer komt te werken. De kernvraag is of wij zelf bereid zijn om patronen te doorbreken. Waarom zit er bijvoorbeeld geen cliënt in de Raad van Toezicht? Zij kunnen immers vanuit de praktijk beoordelen of de organisatie goed functioneert. Die gelijkwaardigheid is kenmerkend voor Pameijer, maar absoluut niet vrijblijvend. Enerzijds begeleiden wij cliënten bij hun groei en staan we hen bij als ze opkomen voor hun belangen bij de gemeente, bedrijven en in de samenleving. Anderzijds maken we ook heldere afspraken over wederkerigheid. Je werkt naar vermogen, je kijkt om naar je naasten en je neemt verantwoordelijkheid voor je groei en herstel, als dat mogelijk is. Deze afspraken vormen een duidelijke basis voor wederzijds vertrouwen, ook in wat meer onzekere tijden.

Vertrouwen in de toekomst

Vooruitblikkend op de toekomst zien Boot en Borgdorff een duidelijke uitdaging. Borgdorff: ‘Een niet onaanzienlijk deel van de samenleving heeft beperkte digitale vaardigheden. Aan ons de taak om ook deze groep aangehaakt te houden bij alle ontwikkelingen. Boot: ‘De samenleving is er, onder andere door alle digitalisering, niet eenvoudiger op geworden voor onze cliënten. Ik onderschrijf de opmerking van Peter absoluut, we moeten alles op alles zetten om iedereen betrokken te houden bij de koers van onze organisatie. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat dat blijft lukken. Ons motto tijdens ons 90 jaar jubileumcongres was niet voor niets ‘een samenleving waarin iedereen er toe doet’. Waarin iedereen, ook mensen met een beperking, zijn of haar talent kan ontwikkelen. Dat was, is en blijft onze basis: niet denken in problemen, maar in begrijpelijke oplossingen.

Taalakkoord

Meer dan 700.000 werknemers hebben moeite met lezen, schrijven en communiceren in het Nederlands. Zonder voldoende taalbeheersing is verdere ontwikkeling van een medewerker vaak lastig. Beperkte en geringe kennis van taal, kan zorgen voor lagere productiviteit, hoger ziekteverzuim, veiligheidsproblemen, verminderde doorgroeimogelijkheden en vormt uiteindelijk een financieel risico voor organisaties.

 

Binnen het Taalakkoord verbeteren werkgevers de taalvaardigheid van hun medewerkers. Samen met andere werkgevers in Nederland investeren zij in taal. Door het bespreekbaar te maken, werknemers te scholen en opgedane kennis en ervaring met elkaar te delen. Adviseurs van regionale leerwerkloketten staan klaar om werkgevers te adviseren over doelstellingen en trainingen.

 

De toolkit op de website van het Taalakkoord (www.taalakkoord.nl) laat u op eenvoudige wijze zien hoe u zelf aan de slag kunt gaan met het starterspakket of hoe u de boodschap van het Taalakkoord via uw eigen communicatiekanalen naar buiten kunt brengen met tools voor ambassadeurs. Op de website vind u ook praktische hulpmiddelen zoals de Taalmeter en de factsheet “Herkennen van onvoldoende taalvaardigheid”.

Wat kunt u zelf doen

Deelt u met ons het belang van taalvaardigheid en wilt u deel uitmaken van een netwerk van bedrijven dat het werken aan taalvaardigheid in het personeelsbeleid heeft opgenomen? Sluit u zich dan ook aan bij het Taalakkoord!