Wat is de invloed van uitbetalen of uitruilen van verlofuren op de pensioengrondslag?

​Er zijn drie situaties waarin verlofuren uitbetaald kunnen worden of ingeruild voor bijvoorbeeld reiskostenvergoeding of vakbondscontributie. In sommige gevallen heeft dat gevolgen voor de pensioengrondslag.

  1. Uitbetaling bij einde dienstverband
    Het gaat dan om een ‘afkoop’ van resterende verlofuren op het moment dat de arbeidsrelatie stopt. Dit is niet pensioengevend; het uitbetalen heeft geen gevolgen voor de pensioengrondslag.
  2. Uitbetalen of ruilen binnen een Meerkeuzesysteem
    Of het nu gaat om tijd voor tijd of tijd voor geld, ruilen binnen een Meerkeuzesysteem heeft geen gevolgen voor de hoogte van de pensioengrondslag en is dus niet pensioengevend.
  3. Incidenteel uitbetalen (bij voortdurend dienstverband)
    Uitbetalen buiten een Meerkeuzesysteem heeft WEL gevolgen voor de pensioengrondslag. We spreken dan van incidentele afkoop, bijvoorbeeld als de werknemer aan het eind van het jaar nog veel verlofuren over heeft.

Wat gebeurt er bij incidenteel uitbetalen?

Volgens de pensioenregeling is er bij incidenteel uitbetalen van verlofuren spraken van ‘meer gewerkte uren’. De medewerker heeft meer gewerkt dan in zijn contract staat, anders zou hij geen uren over hebben.
Om de nieuwe (hogere) pensioengrondslag te berekenen wordt de deeltijdfactor evenredig verhoogd. Hierdoor mag de deeltijdfactor dus eventueel hoger worden dan 100%. De pensioengrondslag wordt vervolgens opnieuw berekend, rekening houdend met de hogere deeltijdfactor.

Let op: De pensioengrondslag wordt NIET berekend door de geldwaarde van de uitbetaalde of geruilde verlofuren bij de pensioengrondslag op te tellen.

Voorbeelden

Verlofuren uitbetalen aan een fulltimer (werknemer is het gehele jaar in dienst)

Belinda werkt als fulltimer bij een werkgever waar de fulltimenorm volgens de geldende CAO 36 uren per week is (156 uren per maand, 1872 uren per jaar). Belinda krijgt in 2014 in totaal 150 uren aan verlofuren uitbetaald.

De definitieve deeltijdfactor wordt: 1 + (150 : 1872) = 1.08. Met het jaarwerk wordt de factor 1.08 aan ons opgegeven.

Verlofuren uitbetalen aan een fulltimer (werknemer is een gedeelte van het jaar in dienst)

Wendy werkt als fulltimer bij een werkgever waar de fulltimenorm volgens de geldende CAO 40 uren per week is (173 uren per maand, 2080 uren per jaar). Wendy is op 1 juni 2014 in dienst getreden en krijgt aan het einde van 2014 in totaal 50 verlofuren uitbetaald.

De definitieve deeltijdfactor wordt in dit voorbeeld gerelateerd aan het dienstverband van 7 maanden (7 x 173 = 1211 uur). Berekening: 1 + (50 : 1211) = 1.04.

Verlofuren uitbetalen aan een parttimer (werknemer is het gehele jaar in dienst)

Corrie werkt als parttimer 20 uur per week bij een werkgever waar de fulltimenorm volgens de geldende CAO 36 uren per week is (156 uren per maand, 1872 uren per jaar). Corrie krijgt in 2014 in totaal 50 uren aan verlofuren uitbetaald.

Corrie’s deeltijdfactor, op basis van 20 uur per week, is 0,56 (20*52 / 1872). Door de uitbetaling van verlofuren wordt haar definitieve deeltijdfactor: (1040 + 50) / 1872 = 0,58. Met het jaarwerk wordt de factor 0,58 aan ons opgegeven.