Arbeidsmarkt

Wat Prinsjesdag voor u betekent

De arbeidsmarkt staat er nu beter voor dan vier jaar geleden, schrijft het kabinet. Mensen vinden vaker een baan en het aantal mensen dat een vaste baan krijgt, stijgt voor het eerst sinds 2009. Maar we zijn er nog niet. De werkloosheid is weliswaar gedaald, maar is nog hoog en veel mensen zijn bezorgd over de toekomst van hun baan en hun positie op de arbeidsmarkt. Méér werk en beter werk blijven belangrijke uitdagingen voor de nabije toekomst.

Voor de komende jaren zet het kabinet in op het vergroten van ieders kansen op goed werk. Een overzicht van de maatregelen die het kabinet in voorbereiding of al in uitvoering heeft.

Arbeidsmarktinformatie

De beschikbaarheid van betrouwbare arbeidsmarktinformatie is een noodzakelijke voorwaarde voor een goed functionerende arbeidsmarkt en een gezamenlijk belang van kabinet en sociale partners. In 2017 reserveert het kabinet € 2 miljoen voor arbeidsmarktonderzoek in zorg en welzijn. Op dit moment vindt al het Onderzoeksprogramma Arbeid in Zorg en Welzijn plaats en komen in opdracht van het ministerie van VWS in 2017 nieuwe arbeidsmarktmodellen beschikbaar.

Regionaal arbeidsmarktbeleid

Regionale samenwerking tussen aanbieders uit verschillende branches en sectoren is van groot belang om te kunnen anticiperen op de arbeidsmarktopgaven die voortkomen uit de nieuwe organisatie van de zorg. VWS ondersteunt regionale dialoog en samenwerking via onder andere het Zorgpact en RegioPlus.

Zorgpact

Het kabinet stimuleert en faciliteert met het Zorgpact de samenwerking tussen zorgaanbieders, onderwijsinstellingen en lokale overheden waar het gaat over de toekomstige (arbeidsmarkt) uitdagingen en arbeidsmarktgevolgen van de transities in zorg en welzijn. In verschillende regio’s vindt regionale strategische personeelsplanning plaats, waarbij zorgwerkgevers een gezamenlijke analyse maken van hun toekomstige personele behoefte en de opleidingsinspanningen die dat vraagt.

RegioPlus

Via RegioPlus, de koepel van regionale werkverbanden in zorg en welzijn, stelt het ministerie van VWS in 2017 een subsidie van € 8,5 miljoen beschikbaar. Met deze subsidie wordt in elke regio gewerkt aan een viertal programmalijnen: strategisch arbeidsmarktbeleid, werven met beleid, duurzame inzetbaarheid en kwalificeren voor zorg en welzijn.

Vanuit deze regionale arbeidsmarkt-infrastructuur wordt ook een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de uitvoering van de sectorplannen, waarmee inmiddels meer dan 80.000 scholingstrajecten in gang zijn gezet. Belangrijke pijlers hierbij zijn: relevante arbeidsmarktdata, het doen van onderzoek en het faciliteren van samenwerking tussen zorgorganisaties.

Samenwerking in de regio

Sociale partners voeren projecten uit die zijn gericht op dienstverlening aan werkzoekenden en op nauwere samenwerking in de regio. Het kabinet stelt hiervoor € 40 miljoen beschikbaar. Een mooi voorbeeld van samenwerking tussen zorg- en welzijnwerkgevers in de regio is de Gelderse Werkgeverij waarin werkgevers uit verschillende branches werk én personeel delen.

Scholingsvouchers

Om de overgang van werk naar werk of van een uitkering naar werk verder te ondersteunen, zijn er ook in 2017 scholingsvouchers beschikbaar. Mensen met een baan of een WW-uitkering, en zelfstandigen, kunnen zich hiermee omscholen naar een beroep met een beter perspectief op werk.

Voor deze scholingsvouchers is vanaf medio 2016 € 30 miljoen beschikbaar.

Stagefonds

Het Stagefonds Zorg is één van de instrumenten die het ministerie van VWS inzet om de kwaliteit en toegankelijkheid van zorgopleidingen te verbeteren. Zorginstellingen die een stage aanbieden aan studenten van bepaalde zorgopleidingen krijgen een tegemoetkoming in de kosten van de begeleiding van deze studenten. Daarmee kunnen zij investeren in de kwaliteit en de kwantiteit van stages. In 2016 is het Stagefonds geëvalueerd en op basis van de evaluatie heeft VWS besloten om het Stagefonds voort te zetten. In 2017 heeft het Stagefonds een budget van € 112 miljoen.

Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg

In 2017 stelt het kabinet € 200 miljoen beschikbaar voor de kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg. Het kabinet wil daarmee ziekenhuizen en UMC’s stimuleren om te investeren in het personeel, zodat de medewerkers in staat zijn om ook in de toekomst de steeds ingewikkelder wordende zorgverlening te kunnen blijven leveren.

Perspectief voor vijftigplussers

Hoewel niet vaker werkloos dan andere leeftijdsgroepen, blijkt wel dat vijftigplussers meer moeite hebben om weer aan het werk te komen áls ze werkloos worden. Kabinet en sociale partners komen met een gemeenschappelijke campagne, het actieplan “Perspectief voor vijftigplussers” dat in 2017 van start gaat.

Kern van de aanpak is dat vijftigplussers worden ondersteund bij het vinden van werk en dat werkgevers worden gestimuleerd om hen aan te nemen. Sociale partners kunnen daaraan bijdragen via de cao’s, bijvoorbeeld door het omvormen van generieke ontziemaatregelen in cao’s die oudere werknemers minder aantrekkelijk maken voor werkgevers.

Het kabinet draagt bij door de leeftijdsgrens van de no-riskpolis te verlagen naar 56 jaar en extra geld beschikbaar te stellen voor experimenten om de kansen bij werkgevers beter te benutten. Voor het gehele actieplan trekt het kabinet in de periode 2017–2018 € 68 miljoen uit. Vijftigplusser en oud-voetbalinternational John de Wolf is het boegbeeld van deze aanpak.

Arbeidsmarkt sociaal domein

In 2015 heeft het kabinet afspraken gemaakt met de bonden en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over toekomst vaste langdurige zorg en ondersteuning. Onderdeel van die afspraken is het bieden van nieuw perspectief aan medewerkers in het sociaal domein, bijvoorbeeld door het creëren van nieuwe integrale functies in de thuisondersteuning. Specifiek voor de oudere medewerkers is een extra impuls afgesproken gericht op het ondersteunen van oudere medewerkers in deze vernieuwing. Hiervoor is in 2017 € 2 miljoen beschikbaar.

Invoering Lage inkomensvoordeel (LIV)

Het kabinet voorziet een ongewenste toename van werkloosheid en grotere loonongelijkheid voor lager opgeleide werknemers. Om het in dienst houden of nemen van deze medewerkers een impuls te geven krijgen werkgevers onder voorwaarden het ‘lage inkomens voordeel’ (LIV). Dit is een tegemoetkoming in de loonkosten voor loon tot 125% van het WML. Als gevolg hiervan dalen de loonkosten aan de onderkant van het loongebouw, zonder dat de medewerker inkomen verliest. Het LIV kan mogelijk uitkomst bieden bij de verlaging van de WML-leeftijd van 23 naar 21.

Invoering Loonkostenvoordeel (LKV)

De doelstelling is dat per 2018 het ‘LKV’ de arbeidsdeelname van uitkeringsgerichte ouderen en mensen met een arbeidsbeperking stimuleert. Onder voorwaarden komen werkgevers voor deze doelgroep in aanmerking voor een tegemoetkoming van maximaal € 6.000 per werknemer per jaar. De LKV vervangt vanaf 2018 het huidige systeem van premiekortingen.

tabel prinsjesdag.png 

De andere hoofdonderwerpen van Prinsjesdag

2.Scholing & ontwikkeling

3.Werk & zekerheid

4.Beloning, arbeidsvoorwaarden & arbeidsverhoudingen