Veranderingen in pensioen - Veelgestelde vragen

​Hier vindt u de antwoorden op de meestgestelde vragen naar aanleiding van het Webibar Vernaderingen in pensioen dat plaats vond op 8 oktober 2015.

 

 Fiscale wijzigingen

 

Wat betekenen de wijzigingen in het fiscaal kader voor uw medewerkers?

De regels die voortkomen uit de wijziging van het fiscale kader leiden tot de volgende veranderingen:

  • Verlaging fiscale ruimte Deze is ingegaan op 1 januari 2015 en heeft geleid tot een lagere pensioenopbouw voor uw werknemers. Zij bouwen nu 1,75% op over hun pensioengevend salaris. Dit was 1,95%

  • Verhoging AOW leeftijd De pensioenleeftijd is gelijk aan de AOW leeftijd. Medewerkers werken langer door. Dat betekent voor werkgevers dat werknemers langer in dienst blijven.

  • Aftopping Mensen met een hoog inkomen, ook deeltijders, bouwen vanaf 1 januari 2015 niet langer meer belastingvrij pensioen op boven een fulltime salaris van € 100.000. Dit geldt voor het ouderdomspensioen, het partnerpensioen en het wezenpensioen. Met name het partnerpensioen kan vanaf volgend jaar in één keer fors lager uitvallen. Het arbeidsongeschiktheidspensioen blijft wel ongewijzigd, hiervoor geldt geen maximale opbouw tot € 100.000,-.

Hoe zit het met medewerkers die na pensioenleeftijd toch willen doorwerken, in de overgang van 65 jaar naar 67 jaar. Bouwen ze nog wel of geen pensioen meer op over die perioden?

​Na de individuele AOW-leeftijd (die is hoger dan 65, maar leeftijdsafhankelijk) kan er geen pensioen meer worden opgebouwd bij PFZW. Wel kan de uitkering van het bestaande pensioen worden uitgesteld tot maximaal 5 jaar na de individuele AOW-leeftijd. Voorwaarde hiervoor is wel dat wordt doorgewerkt voor het deel dat wordt uitgesteld. Doordat hetzelfde pensioen korter hoeft te worden uitgekeerd, wordt het bedrag per maand hoger.

 

 Pensioenopbouw

 

Wat is degressieve opbouw?

​Bij degressieve opbouw betalen jong en oud dezelfde premie voor hun pensioen. De premie blijft net als nu gelijk voor alle leeftijden. Jongeren krijgen daarvoor een hoger pensioen dan ouderen. Dat komt tegemoet aan het gegeven dat op het geld dat jongeren inleggen langere tijd rendement gemaakt kan worden. Er gaat immers een langere tijd voorbij voordat zij met pensioen gaan.

Wat is progressieve premie?

​Bij progressieve premie leggen jongeren minder premie in en ouderen meer, waarna zij een even hoog pensioen toegezegd krijgen. De pensioenopbouw voor jongeren is goedkoper, omdat er een langere periode voorbij gaat voordat zij met pensioen gaan. Op de premie die wordt ingelegd kan dus langer rendement gemaakt worden.

 

 Nieuw Financieel Toetsingskader

 

Tot welke veranderingen leiden de regels die voortkomen uit het nieuwe financieel toetsingskader?

​De regels die voortkomen uit het nieuwe financieel toetsingskader leiden tot de volgende veranderingen:

  • Pensioenfondsen kunnen minder snel indexeren. En áls ze indexeren, kunnen ze minder snel volledig indexeren
  • Er zijn iets andere normen voor verlagen, gekoppeld aan de mogelijkheden om tijdig voldoende buffer op te bouwen

Wat zijn de nieuwe regels meer precies?

  1. Voorwaardelijke indexering

    Net als nu wil PFZW een welvaartsvast pensioen voor u. Dat is een pensioen dat meegroeit met de stijgende lonen in de sector. We noemen dat indexeren. Om dat te kunnen doen, moet er echter wel voldoende geld zijn. In sommige situaties mag PFZW de pensioenen niet verhogen, of niet met de hele loonstijging. Dat is nu ook al zo, maar de voorwaarden die de wet stelt voordat we mogen indexeren, zijn strenger geworden.

  2. Herstel bij een te laag vermogen

    PFZW moet voldoende eigen vermogen bezitten. Als dat niet hoog genoeg is, moeten we maatregelen nemen om daar iets aan te doen. Deze maatregelen kunnen zijn: de pensioenen niet of niet helemaal indexeren met de loonstijging, als het echt niet anders kan, de pensioenen verlagen, en een tijdelijke premiestijging van 2,5%.

  3. Verlaging van de pensioenen

    Verlagen van pensioenen willen we natuurlijk niet. Daarom gebeurt dat alleen als het echt niet anders kan en als we dat moeten op grond van de wet. Maar als we moeten verlagen, dan geldt dat voor alle pensioensoorten en voor iedereen met hetzelfde percentage. Als een verlaging nodig is, gaat dat samen met een extra premie van 2,5% voor de deelnemers. Deze extra premie vervalt als het pensioen weer op het niveau is van voor de verlaging.

 

 Nationale pensioendialoog

 

Welke mogelijkheden zijn er op het gebied van keuzevrijheid en collectiviteit?

​U zou kunnen denken aan de keuze om voor minder pensioenopbouw te kiezen of anders te beleggen. Of de keuze om een deel van het pensioen als bedrag ineens te ontvangen in plaats van per maand. Mogelijkheden en mogelijke effecten van verschillende vormen worden nog onderzocht. PFZW vindt het belangrijk dat keuzemogelijkheden niet ten koste gaan van solidariteit en rendementsmogelijkheden. En dat mensen geholpen worden bij het maken van keuzes door keuzestandaarden in te voeren.

In hoeverre komt de solidariteit in de huidige pensioenregeling onder druk te staan door de veranderingen en waarin uit zich dat?

​Dit wordt in de hoofdlijnennota niet helemaal duidelijk. Enerzijds staat bij de waarden, dat het kabinet hecht aan samen risico’s delen. Anderzijds schrijft het kabinet ook, dat alleen het delen van het individueel langlevenrisico onomstreden is. Andere vormen van solidariteit, zoals collectieve buffervorming, hebben volgens het kabinet voor- en nadelen. Die andere vormen van solidariteit kunnen dus wel degelijk onder druk komen te staan. De discussie daarover zal zowel in de politiek als binnen de pensioenfondsen gevoerd worden. In de hoofdlijnennota is sprake van het verder onderzoeken van de optie van een “persoonlijk pensioenvermogen met risicodeling”. Juist in dat onderzoek zal de discussie over de voor- en nadelen van verschillende vormen van risicodeling gevoerd worden en de uitkomst is ongewis.

 

 Overige vragen

 

PFZW is een van de pensioenfondsen die een herstelplan moet schrijven, hoe gaat dat plan eruit zien?

​Het pensioenreglement van PFZW is per 1 juli 2015 aangepast aan de strengere wettelijke voorwaarden voor de financiering van pensioenen.  De afspraken die in het pensioenreglement staan over wat te doen in moeilijke situaties, zijn ook de afspraken die in het herstelplan staan. Als het eigen vermogen van PFZW niet hoog genoeg is, kan dat leiden tot de volgende maatregelen:

  1. Pensioenen niet, of niet helemaal, indexeren met de loonstijging

  2. Als het echt niet anders kan: pensioenen verlagen en een tijdelijke premiestijging van 2,5%. Die premiestijging vervalt als het pensioen weer op het niveau is van voor de verlaging. Als we moeten verlagen, geldt dat net als indexering voor alle pensioensoorten en voor iedereen met hetzelfde percentage.

Moeten wij rekening houden met stijgende pensioenpremies in de komende jaren?

​Dat is afhankelijk van veel factoren en dus moeilijk te voorspellen.  We kunnen wel een van afspraken die gemaakt zijn voor een mogelijk herstelplan met u delen. Wanneer we moeten verlagen, zullen de premies omhoog gaan.