Webinar: Pensioen in beweging

​Het is u ongetwijfeld niet ontgaan dat de pensioenen momenteel onder druk staan. Dit is onder andere het gevolg van de lage rentes. Daarom wordt er in Nederland gesproken over een nieuw pensioenstelsel dat beter past bij de huidige omstandigheden en de veranderende arbeidsmarkt. Op 4 oktober organiseerden wij het webinar 'Pensioen in beweging'.

Wat gebeurt er met het pensioen?

Tijdens het webinar werd kort stilgestaan bij de financiële situatie van PFZW. En werd gesproken over het pensioen van de toekomst. Aan welke wijzigingen wordt gedacht en wat vindt PFZW daarvan? 

Inhoud webinar

Onze experts Emmie Lewin, Dick Boeijen en Karin Bitter behandelden tijdens het webinar de volgende onderwerpen:
 

• De financiële situatie van PFZW.

• Hoe ziet het pensioen van de toekomst eruit?

• Wat kunnen de gevolgen zijn voor deelnemers, werkgevers en gepensioneerden?

Hieronder vindt u de link naar de video van het webinar. De video opent in een nieuw scherm.U kunt de hoofdstukken van het webinar achter elkaar bekijken, maar ook afzonderlijk door rechtsonder in de videoplayer te klikken op dit icoon:
icoon.PNG
 
Webinar2.PNG
 

Meest gestelde vragen en antwoorden

1. Financiële situatie

Wat is de ontwikkeling van het premieniveau voor 2017?

Hierover neemt het bestuur uiterlijk in december 2016 een besluit

Waarom heeft de lage rente zoveel invloed op de dekkingsgraad en dus de pensioenen?

Wanneer PFZW berekent hoeveel vermogen er nodig is om in de toekomst een bepaald bedrag te kunnen uitbetalen, moet dit berekend worden alsof het geld vandaag opzij wordt gezet en gedurende al die tijd een rente zal opleveren. Daarvoor wordt gerekend met een door de Toezichthouder(DNB) afgesproken rekenrente. Als de rekenrente daalt, moet het pensioenfonds meer opzij zetten om straks hetzelfde pensioen te kunnen betalen en dan worden de toekomstige pensioenen dus duurder.

Hoe groot is de kans dat er een andere berekeningsmethode komt die gunstiger is voor de bepaling van de dekkingsgraad?

Het kabinet gaat onderzoeken of pensioenfondsen ermee zijn geholpen als zij langer de tijd krijgen om hun buffers weer op peil te brengen. Staatsecretaris Jetta Klijnsma zegde onlangs aan de Tweede Kamer toe te kijken naar de effecten van een verlenging van die zogeheten hersteltermijnen. We moeten afwachten wat deze verkenning oplevert.

Kunnen pensioenfondsen invloed uitoefenen?

Over dit onderwerp worden veel vragen gesteld, zowel in de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer. Partijen die tegen de huidige rekenrente ageren zijn CDA, SP, PVV en 50+. Het kabinet is de laatste jaren echter zeer consequent in de beantwoording van deze vragen en beweegt niet. Er is ook geen politieke meerderheid die beweging wenst op dit punt. Het is dus maar de vraag of er zo veel ruimte voor beïnvloeding is.

Hebben pensioenfondsen wel genoeg gedaan?

Pensioenfondsen hebben hier in de aanloop naar het nieuwe FTK, de nieuwe financiële spelregels voor pensioenfondsen in de Pensioenwet die werden ingevoerd per 2015, veel aandacht voor gevraagd. Dit jaar is er nog een rondetafelconferentie in de Tweede Kamer geweest. Daar hebben pensioenfondsen opnieuw de effecten van de huidige wetgeving in beeld gebracht. O.a. Peter Borgdorff heeft daar gesproken. Later is hij in Kamervragen nog geciteerd. Er heeft dus zeker een maximale inspanning plaats gevonden. Tot nu toe tevergeefs.

Moeten fondsen niet meer doen?

De keuze van de rekenrente heeft gevolgen voor jong en oud. Hoe de verschillende belangen precies moeten worden afgewogen, is een politieke keuze die door de wetgever democratisch gemaakt wordt. Als de politiek een bepaald evenwicht kiest, accepteren pensioenfondsen dat.

Hoe is de verwachte dekkingsgraad voor de komende jaren?

Dat moeten we afwachten. Niemand heeft een glazen bol. De meeste deskundigen verwachten echter dat de rekenrente in de komende periode laag zal blijven. En dat de dekkingsgraad dus ook problematisch blijft.

Moeten de pensioenen verlaagd worden nu de dekkingsgraad onder de 100% ligt?

Dat ligt aan de actuele dekkingsgraad op 31 december 2016. Als die niet hoog genoeg is, dan komt verlagen van de pensioenen aan de orde.
Een bijzondere regel is, dat de dekkingsgraad niet langer dan 5 jaar onder de 105% mag zijn. Op dit moment is de dekkingsgraad bijna 2 jaar daaronder. Als de dekkingsgraad niet tijdig herstelt, komt verlagen op basis van deze regel alsnog in 2020  aan de orde.
Eind 2015 was de beleidsdekkingsgraad lager dan het vereist eigen vermogen van 127% en daarmee was sprake van een reservetekort. PFZW heeft op basis hiervan een herstelplan ingediend bij DNB. Volgens het nieuwe FTK heeft PFZW tien jaar de tijd om weer terug te komen op het niveau van 127%. Dat is op dit moment een haalbare termijn om weer voldoende wettelijk vereist eigen vermogen op te bouwen. Als op enig moment voldoende herstel binnen 10 jaar niet mogelijk is, dan komt verlagen van de pensioenrechten aan de orde.

Er zit veel geld in de pensioenkas van PFZW, waarom is er dan toch de kans dat de pensioenen verlaagd moeten worden?

Wanneer PFZW berekent hoeveel vermogen er nodig is om in de toekomst een bepaald bedrag te kunnen uitbetalen, moet dit berekend worden alsof het geld vandaag opzij wordt gezet en gedurende al die tijd een rente zal opleveren. Daarvoor wordt gerekend met een door de Toezichthouder(DNB) afgesproken rekenrente. Als de rekenrente daalt, moet het pensioenfonds meer opzij zetten om straks hetzelfde pensioen te kunnen betalen en dan worden de toekomstige pensioenen dus duurder.

 

2. Nieuw pensioenstelsel

Wanneer weten we meer over een nieuw pensioenstelsel en over wat er dan met de bestaande pensioenen gaat gebeuren?

Al in 2014 besloot staatssecretaris Klijnsma dat het pensioenstelsel aan modernisering toe was. Zij startte toen de Nationale Pensioendialoog waar iedereen input mocht leveren voor het toekomstige stelsel. PFZW heeft dat ook gedaan. Zie ook: https://www.pfzw.nl/over-ons/dit-vinden-we/paginas/onze-standpunten.aspx
Inmiddels heeft Klijnsma besloten dat het volgende kabinet besluiten moet nemen over hoe het nieuwe stelsel er precies uit komt te zien. Ook daar denkt PFZW over mee. Wij hebben nu een aantal wensen geformuleerd waarvan wij vinden dat ze terug moeten komen in het nieuwe stelsel. Het is niet gezegd dat al die wensen worden ingewilligd. Maar daar gaan we wel heel hard ons best voor doen. Maar voordat dit nieuwe stelsel er werkelijk is zijn we wel een paar jaar verder. En de politiek besluit hier uiteindelijk over, niet PFZW.
In de plannen die het huidige kabinet voor de toekomst van het pensioenstelsel aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, staat dat het wenselijk is dat de verplichting om deel te nemen blijft bestaan.

Blijft het pensioen waardevast? Blijft een vast pensioen in de toekomst gegarandeerd?

Pensioen is niet gegarandeerd. Dat heeft u gemerkt: bij sommige pensioenfondsen is het pensioen al verlaagd. Bij PFZW kan dat ook gebeuren.
Indexering van pensioen is al helemaal niet gegarandeerd. Dat heeft u ook gemerkt. PFZW kan al heel wat jaren niet of niet volledig indexeren.
Dat neemt niet weg, dat de meeste deelnemers van PFZW nog steeds met mooie pensioenen van hun oude dag kunnen gaan genieten. Pensioenen die samen met de AOW vaak in de buurt komt van het inkomen dat men voor pensionering had.

Zijn er in de toekomst meer mogelijkheden om naast het gewone pensioen, andere (lijfrente)producten belastingvrij af te sluiten?

Het ziet er niet naar uit, dat de fiscale ruimte voor pensioenopbouw de komende jaren groter wordt. Zo lang sociale partners bij PFZW een pensioen ambiëren dat de fiscale ruimte vult, blijven de mogelijkheden om daarnaast belastingvrij pensioen te regelen klein. Die mogelijkheden worden pas groter, als het PFZW-pensioen minder wordt.

Wat is het uitgangspunt voor reeds opgebouwde voorzieningen? Is er als iets over mogelijke effecten bekend?

PFZW wil het pensioen graag zo eenvoudig mogelijk houden. Ook wil PFZW risicodeling tussen de generaties handhaven. Dat zijn twee redenen, om bij veranderingen van het nieuwe pensioen ook het bestaande pensioen mee te nemen.
Net zoals we bij de verhoging van de AOW-leeftijd, het bestaande pensioen omrekenen naar de nieuwe AOW-leeftijd. Actuarieel neutraal, dus daarbij blijft natuurlijk niets aan de strijkstok hangen. Uw pensioen wordt daar niet minder van.
Maar als een verandering van het bestaande pensioen echt aan de orde komt, bekijkt het bestuur natuurlijk wel heel goed, of er niemand schade door lijdt. Zo’n verandering moet evenwichtig gedaan worden, anders gaat het niet door.

Blijft de pensioenregeling in zijn huidige vorm bestaan of zal dit verschuiven van collectief naar meer individueel?

PFZW doet er alles aan om solidariteit tussen de generaties te behouden. Tegelijkertijd kan het pensioen misschien best wat meer toegesneden worden op meer individuele wensen. Als dat lukt, heb je “the best of both worlds”.

Wordt in het nieuwe stelsel ook meer zekerheid ingebouwd voor het feit dat inactieven niet gekort worden op hun pensioenuitkering op het moment dat de dekkingsgraad onder de maat is? Het is dan toch beter de premie te verhogen?

De gereserveerde vermogens voor pensioenen zijn in de afgelopen 45 jaar zo groot geworden, dat een tekort niet zomaar met premie opgelost kan worden. Was dat maar waar. Werkgevers in zorg en welzijn hebben niet zulke diepe zakken.

Pensioenen zijn lange tijd een constante geweest. Wat is de verwachting: keert na de beweging van nu de constante weer terugkeert of blijft het beweging?

Wat constant is: er zullen altijd mensen blijven die te oud zijn om met werk in hun levensonderhoud te voorzien. En er zullen dus altijd regelingen nodig blijven om daar in te voorzien. De manier waarop dit het beste georganiseerd kan worden, zal echter van tijd tot tijd aan de veranderingen in de samenleving aangepast moeten worden. Dat gebeurt niet alleen nu, maar zal ook in de toekomst nog wel eens voorkomen.

Gaan wij toe naar een flexibele keuze van pensionering?

Op dit moment kan het pensioen opgenomen worden van 5 jaar voor AOW-datum tot 5 jaar na AOW-datum. Ook deeltijdpensioen is mogelijk. Of hoog/laag en laag/hoogconstructies. Daarnaast kan het ouderdomspensioen geruild worden in partnerpensioen en vice versa. Dus er zijn al heel wat flexibele keuzes bij pensionering te maken. De regering denkt nu aanvullend nog na, over de mogelijkheid om in plaats van een aantal jaren hoog en dan een aantal jaren laag ook de optie te bieden van een eenmalig groot bedrag en daarna de rest van je leven laag.

Wat is de verwachting dat de pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar teruggedraaid wordt of zelfs tot 70 jaar wordt verlengd?

De pensioenleeftijd wordt naar verwachting nog verder verhoogd. Zie http://www.svb.nl/int/nl/aow/wat_is_de_aow/wanneer_aow/.

Moet heel Nederland vrezen voor een (veel) lagere AOW? Zit dit in de toekomstscenario’s?

Er wordt soms gesproken over fiscalisering van de AOW. Dat houdt in dat mensen met voldoende inkomen inkomstenbelasting moeten betalen over de AOW.

Wat zou er wat PFZW betreft in het regeerakkoord moeten staan over pensioenen?

PFZW heeft zeven waarden voor een toekomstig pensioen. De zeven waarden zijn:
1. Bescherming tegen het onvoldoende zelf regelen van een risico dat je anders niet kunt dragen
2. Risicodeling binnen én tussen generaties
3. Werkgever en werknemer zorgen samen voor voldoende premie
4. Beleggen voor de lange termijn levert het beste resultaat
5. Lage kosten door schaalgrootte, eenvoud en het werken zonder winstoogmerk
6. Alleen met een verplicht pensioen kunnen we de beste voordelen behalen
7. Stabiliteit

Waarom geen pensioen, die gerelateerd is aan de gewerkte jaren?

Pensioen is gerelateerd aan het aantal gewerkte jaren. Immers: voor ieder gewerkt uur bouwt een deelnemer pensioenrechten op.

Wat voor verschillen zitten er tussen de generaties qua gevolgen voor het pensioen?

Iedere generatie draagt momenteel zijn steentje bij.
De groep 65+ krijgt al een aantal jaren geen verhoging van het pensioen (indexering) en wordt misschien geconfronteerd met een verlaging. Dit heeft voor hen een directe impact op de koopkracht.
Voor de werkenden geldt hetzelfde, alleen zij merken de gemiste indexering en/of verlaging niet direct in hun portemonnee. Premiestijgingen merken zij wel direct.
Langer werken heeft alles te maken met het feit dat we ook langer leven. Als we niet langer doorwerken wordt pensioen of heel laag of onbetaalbaar.

3. PFZW, pensioenregeling en mogelijk korten

Kunnen medewerkers die bijvoorbeeld over twee jaar met vervroegd pensioen gaan (is dan bv 64 jaar) uitgaan van de bruto/netto berekening die nu gedaan kan worden op MijnPFZW?

Ja. Tenzij (bijvoorbeeld naar aanleiding van de verkiezingen) de fiscale regels worden gewijzigd; dat ligt buiten de macht van PFZW.

Op welke wijze kunnen wij als werkgever met u samenwerken in de voorlichting naar werknemers?

Wij houden u en uw medewerkers via onze nieuwsbrieven, de website en dit soort webinars op de hoogte van alle veranderingen. Het huidige kabinet heeft besloten dat het volgende kabinet besluiten moet nemen over hoe het nieuwe stelsel er precies uit komt te zien. Daar denkt PFZW over mee. Wij hebben nu een aantal wensen geformuleerd waarvan wij vinden dat ze terug moeten komen in het nieuwe stelsel. Het is niet gezegd dat al die wensen worden ingewilligd. Maar daar gaan we wel heel hard ons best voor doen. Maar voordat dit nieuwe stelsel er werkelijk is zijn we wel een paar jaar verder. En de politiek besluit hier uiteindelijk over, niet PFZW.

Wat kan ik als werkgever betekenen voor mijn medewerkers wat betreft pensioen, vastgesteld in CAO?

Werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties bepalen samen de CAO en eventueel verplichtstelling. U kunt hier als werkgever invloed op uitoefenen via uw werkgeversorganisatie. Binnen de mogelijkheden van de CAO of verplichtstelling kunt u uw medewerker helpen door goede informatie te geven, bijvoorbeeld bij indiensttreding, bij levensgebeurtenissen, bij het gebruik van vrijwillige voortzetting en bij keuzemogelijkheden bij pensionering.

Kunnen de werkgeverslasten verlaagd worden voor kleine bedrijven?

De verplichtstelling zorgt er onder andere voor dat er geen concurrentie is tussen werkgevers op de arbeidsvoorwaarde pensioen