U bouwt minder pensioen op vanaf 1 januari 2015

​Vanaf 1 januari 2015 gaan alle werknemers minder pensioen opbouwen. Dit is het gevolg van een kabinetsmaatregel.

Het opbouwpercentage daalt van 1,95% naar 1,75%. Bovendien wordt ook de pensioenopbouw van mensen met een inkomen boven € 100.000,- afgetopt. Dit geldt zowel voor het ouderdomspensioen, alsook voor het nabestaanden- en wezenpensioen. Dit betekent dat u over het bruto-jaarinkomen boven € 100.000,- geen pensioen meer opbouwt vanuit uw bruto-salaris.

Wat dit precies betekent en hoe dit verlies aan pensioenopbouw zelf kunt opvangen ziet u in het volgende rekenvoorbeeld: 

Rekenvoorbeeld

Pieter de Vries (47) is bestuurder bij een grote zorgorganisatie. Voor zijn pensioen is hij aangesloten bij PFZW. Pieter is getrouwd en en zijn salaris bedraagt
€ 150.000,- bruto per jaar. Pieters pensioenopbouw is gebaseerd op een middelloonregeling en hij bouwt jaarlijks  1,95% van zijn bruto-salaris op aan pensioen. De pensioenleeftijd is 67 jaar. Pieter kan dus nog 20 jaar pensioen opbouwen.

Door de gewijzigde wetgeving past het bestuur van PFZW de pensioenregeling per 1 januari 2015 aan. In de middelloonregeling daalt het opbouwpercentage naar 1,75%. Voor de franchise* wordt in dit voorbeeld uitgegaan van € 11.400,-. Het maximale pensioengevende salaris bedraagt € 100.000,-.

Door de fiscale maatregelen per 1 januari 2015 daalt de toekomstige opbouw van het ouderdomspensioen.

Bij een ongewijzigde voortzetting van de pensioenregeling zou het nog op te bouwen ouderdomspensioen bedragen:
1,95% * 20 jaar * (€ 150.000,- -/- € 11.400) = € 54.054,- bruto per jaar.
Na de wijziging van de pensioenregeling bedraagt de opbouw:
1,75% * 20 jaar * (€ 100.000,- -/- € 11.400) =  € 31.010,-  bruto per jaar.

Pieter gaat dus € 54.054,- - € 31.010,-= € 23.044,- bruto per jaar minder pensioen opbouwen. Dit is een daling van 43%.

De daling van de pensioenopbouw met 43% komt voor een gedeelte (10%) door de verlaging van het opbouwpercentage. De aftopping van het pensioengevend salaris zorgt voor een daling van 33%. Pieter heeft nog 20 jaar om dit tekort aan te vullen. Hij kan dit op vele manieren doen. Sparen of beleggen in box 3, sparen via een netto lijfrente of netto pensioen, aflossen  van de hypotheekschuld of aanpassing van zijn uitgavenpatroon.

Ook gevolgen voor het nabestaandenpensioen

Het nabestaanden- en wezenpensioen van Pieter gaat per 1 januari 2015 ook omlaag, omdat de aftopping ook van toepassing is voor het partner- en wezenpensioen). Dit kan voor de achterblijvende partner van Pieter grote financiële gevolgen hebben. 

Bij een ongewijzigde voortzetting van de pensioenregeling zou Pieter een partnerpensioen (op basis van zijn pensioenopbouw vanaf 2015) hebben van:

1,25%  * 20 jaar * (150.000,- -/- 11.400) = € 34.650,- bruto per jaar.

Na 1 januari 2015 wordt dit:

1,25%  * 20 jaar * (100.000,- -/- 11.400) = € 22.150,- bruto per jaar.

Het meeverzekerde partnerpensioen van Pieter voor zijn achterblijvende partner gaat per 1 januari omlaag met een bedrag van € 12.500,- bruto per jaar. Dit is een verlaging van 36%.

Risico afdekken of niet?

Als Pieter komt te overlijden, dan krijgt zijn partner na 1 januari 2015 bijna € 1.000,- bruto per maand minder. Alle reden om hier voor 1 januari 2015 bij stil te staan en zonodig een extra verzekering af te sluiten. Hoe eerder Pieter overlijdt, hoe groter het verlies in inkomen.

* Franchise is het deel van uw pensioengevend salaris waarover u geen pensioen opbouwt omdat u een AOW-pensioen ontvangt van de overheid.