Vaste bestanddelen die meetellen voor pensioengevend salaris

​De peildatum voor het pensioengevend salaris is 1 januari van het kalenderjaar. In geval van tussentijdse indiensttreding telt het aanvangssalaris. 

De volgende bestanddelen horen tot het pensioengevend salaris: 

• het brutosalaris op voltijd jaarbasis (12x het brutomaandsalaris of 13x het bruto vier-wekensalaris) 
• het vakantiegeld
• de structurele eindejaarsuitkering. Dit is het brutosalaris op voltijd jaarbasis. Afhankelijk van de CAO is dit inclusief of exclusief vakantietoeslag. U vermenigvuldigt dit salaris met het eindejaars-uitkeringspercentage dat op 31 december in het daaraan voorafgaande jaar van toepassing was. Of minstens het voor dat jaar geldende bodem- of vloerbedrag. Ook een resultaatafhankelijke eindejaarsuitkering, wordt in deze berekening meegenomen mits deze is uitbetaald.
• functiegebonden toeslag (mits gegarandeerd)
• andere vaste salarisbestanddelen (bijvoorbeeld 13de maand)
• diplomatoeslag
• geldswaarde van kost en inwoning en van het genot van een woning, zoals deze worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde krachtens de waarderingsregels gebaseerd op het bepaalde in artikel 13 van de Wet op de loonbelasting 1964 danwel, indien van toepassing, de waarderingsregels in artikel 3.19 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001.  

Een werkgeversbijdrage in de levensloopregeling telt mee voor de berekening van het pensioengevend salaris.