AOW-, pensioen- en pensioenrekenleeftijd

Wat is het verschil?

We kennen we 3 verschillende soorten leeftijd, die allemaal invloed hebben op uw pensioen. Hier leggen we kort uit welke dat zijn wat ze betekenen.

1. AOW-leeftijd

Vanaf deze leeftijd keert de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de AOW uit. De AOW-leeftijd gaat in stappen omhoog naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. In 2022 is de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden en in 2023 blijft de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden. De SVB stelt 5 jaar vantevoren uw AOW-leeftijd vast. Op hun website vindt u uw (geschatte) AOW-leeftijd.

2. Pensioenleeftijd

Dit is de leeftijd waarop het ouderdomspensioen standaard ingaat. Bij PFZW is dit dezelfde dag als de dag waarop de AOW ingaat. De deelnemer kan ervoor kiezen het ouderdomspensioen te vervroegen of uit te stellen.

3. Pensioenrichtleeftijd

Dit is de leeftijd die in de fiscale wetgeving wordt gebruikt voor de berekening van de maximaal toegestane pensioenopbouw. Begin 2017 is al vastgelegd dat de pensioenrichtleeftijd in 2018 stijgt naar 68 jaar. PFZW neemt de verhoging naar 68 jaar vanaf 1 januari 2018 over in de pensioenregeling. Dit betekent dat PFZW bij pensioen opgebouwd vanaf 2018 rekenkundig ervan uitgaat dat het pensioen ingaat op 68 jaar.

Het verhogen van de pensioenrichtleeftijd heeft geen invloed op uw AOW- of pensioenleeftijd. U kunt ervoor kiezen het ouderdomspensioen te vervroegen of uit te stellen. PFZW noemt de pensioenrichtleeftijd in haar reglement de pensioenrekenleeftijd.

 
Eerste versie: 15-11-2017
Bijgewerkt op 26-11-2018