Het bestuur neemt jaarlijks veel besluiten en overlegt hierover met vertegenwoordigers van werknemers, werkgevers én gepensioneerden. En weegt daarbij alle belangen mee. Bijvoorbeeld over de hoogte van premie en hoeveel pensioen daarmee opgebouwd wordt. En natuurlijk ook of de pensioenen omhoog kunnen of omlaag moeten.

Evenwichtigheid speelt bij die afwegingen een hoofdrol. Dat wil zeggen dat we constant op zoek zijn naar een redelijke verdeling van de effecten van de maatregelen die we nemen. Voor een goed pensioen voor alle deelnemers van PFZW en tegen een redelijke prijs.

Verschillen tussen generaties

Twintig jaar geleden betaalden deelnemers veel minder premie dan nu. Tegenwoordig betalen werknemers en werkgevers samen 23,5%. Onder andere omdat we met zijn allen langer leven, maar er zijn ook andere redenen.

De huidige generatie werknemers betaalt niet alleen een hogere premie, maar moet ook langer doorwerken dan vroeger. Dus langer premie betalen en later met pensioen. Al met al betekent het dat jongere generaties minder euro’s aan pensioen terugkrijgen voor hun ingelegde premie dan oudere generaties.

Door de huidige financiële situatie van PFZW, is de premie van 23,5% niet genoeg om de pensioenen van nu en in de toekomst te kunnen blijven betalen. Dit heeft gevolgen voor mensen die nu nog werken, maar ook voor mensen die nu al met pensioen zijn. Daarom gaat de premie voor werkenden met 2,3% omhoog. Dit gebeurt in twee stappen. In 2021 een verhoging van 1,5% en in 2022 een verhoging van 0.8%

De dekkingsgraad en de huidige pensioenen

Op dit moment ligt de dekkingsgraad onder de 100%. Volgens de rekensom die we moeten maken is er minder geld in kas dan we nu en in de toekomst aan pensioenen moeten betalen. Maar gepensioneerden van nu ontvangen nog wel 100% van hun pensioen. Je zou ook kunnen zeggen: gepensioneerden ontvangen 100 euro, terwijl er – bij een dekkingsgraad van bijvoorbeeld 90% -  maar 90 euro beschikbaar is.

Op den duur gaat het op deze manier uitbetalen van de pensioenen nu ten koste van de pensioenen van mensen die later pas met pensioen gaan. 

Verlagen raakt iedereen

Als de pensioenen verlaagd worden, dan geldt dat voor iedereen. Ook voor het opgebouwde pensioen van werkenden. Dit betekent dat zij later minder te besteden hebben dan vóór de verlaging het geval zou zijn.

Gepensioneerden merken de verlaging direct in hun portemonnee. Zij krijgen minder geld op hun rekening gestort. Ook heeft het pensioen al jaren niet kunnen meestijgen met de prijzen, waardoor de koopkracht is teruggelopen. Daarnaast werken zij niet meer en kunnen zij niet zomaar voor extra inkomsten zorgen, of maatregelen nemen om hun pensioen te verhogen.

Een evenwichting beleid

Met zulke afwegingen heeft PFZW te maken. En hier maken we zo goed mogelijke keuzes in, rekening houdend met de belangen van iedereen die pensioen heeft bij PFZW. Met als doel een evenwichtig beleid en een goed en betaalbaar pensioen. Voor oud en jong, mensen die pensioen opbouwen of hebben opgebouwd en gepensioneerden. Ook de belangen van (ex-)partners en werkgevers worden daarbij natuurlijk meegewogen.

In Nederland regelen we de pensioenen namelijk samen. Samen dragen we de lusten én de lasten. We delen de kosten, de risico’s en we beslissen samen. Juist daardoor kunnen we tegenvallers veel beter aan dan wanneer het ieder voor zich zou zijn.