Hoe is uw pensioen geregeld?

Introductie

Download

U bent terechtgekomen in laag 2 van Pensioen 1-2-3. In deze laag 2 leest u meer over de onderwerpen in laag 1. In laag 2 vindt u alle belangrijke kenmerken van uw pensioen en uw pensioenregeling. Deze tweede laag van Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op uw jaarlijkse Pensioenoverzicht in MijnPFZW en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

 

Wat vindt u in laag 1, 2 en 3?

Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. In deze eerste laag leest u in het kort de belangrijkste informatie over uw pensioenregeling. In laag 2 vindt u meer informatie over alle onderwerpen in laag 1. Tot slot vindt u in laag 3 juridische en beleidsmatige informatie van PFZW. 

Direct naar

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

 

Ouderdomspensioen

Via uw werkgever neemt u deel in de pensioenregeling van PFZW en bouwt u ouderdomspensioen op. Dat ouderdomspensioen gaat in als ook uw AOW ingaat. Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt. U ontvangt uw ouderdomspensioen elke maand, zolang u leeft. U kunt uw ouderdomspensioen ook al vóór of pas ná uw AOW laten ingaan. Hierover leest u meer onder “Welke keuzes heeft u zelf”.

Hoeveel pensioen u straks ontvangt van PFZW hangt vooral af van de hoogte van uw salaris, de inhoud van uw pensioenregeling en het aantal jaren dat u pensioen heeft opgebouwd. De hoogte van het ouderdomspensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

De pensioenregeling van PFZW is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouwt u pensioen op over een deel van het brutoloon dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele brutoloon pensioen op. PFZW houdt namelijk al rekening met de AOW, die u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over het brutoloon minus de franchise bouwt u jaarlijks 1,75% aan ouderdomspensioen op.

Stel: u verdient € 25.000 in een jaar. De franchise is € 15.000. € 25.000 - € 15.000 = € 10.000. U bouwt in dat jaar 1,75% ouderdomspensioen op over € 10.000. Dat is € 175 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering jaarlijks ontvangt, is een optelsom van alle jaren plus de eventuele verhoging (indexering).

Boven een bepaald inkomen bouwt u geen pensioen op. In 2019 is dat boven een fulltime salaris van € 107.593 bruto per jaar.

 

Partnerpensioen

Uw partner krijgt van PFZW partnerpensioen als u overlijdt. Een deel van dat partnerpensioen bouwt u op. Het andere deel is verzekerd op risicobasis. Op risicobasis wil zeggen dat uw partner recht heeft op partnerpensioen zolang u pensioen opbouwt bij PFZW. Er zijn dus twee situaties:

  • U overlijdt terwijl u pensioen opbouwt bij PFZW. Uw partner heeft recht op een volledig partnerpensioen (het opgebouwde deel + het deel op risicobasis).
  • U overlijdt terwijl u niet langer pensioen opbouwt bij PFZW. Uw partner heeft recht op de helft van het partnerpensioen (het deel dat u opbouwde).

Als u met pensioen gaat, bouwt u ook geen pensioen meer op.

Meer pensioen voor uw partner regelen

Gaat u weg bij PFZW, maar wilt u wel uw partner goed verzekeren? Dat kan. Als u weggaat bij PFZW of als u met pensioen gaat kunt u een deel van uw ouderdomspensioen laten omzetten naar partnerpensioen. Uw partner krijgt dan een hoger partnerpensioen als u overlijdt. Dat betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt.

Hoogte partnerpensioen

Uw partner ontvangt het partnerpensioen als u overlijdt en zolang uw partner in leven is. De hoogte van het pensioen voor uw partner bij uw overlijden staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl. U vindt uw UPO ook terug op MijnPFZW.

Aanvulling op nabestaandenuitkering van overheid

Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de Anw-uitkering. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner heeft recht op een Anw-uitkering als uw partner nog geen AOW ontvangt en      

     

    

  • een of meer minderjarige kinderen te verzorgen heeft of
  • gedeeltelijk arbeidsongeschikt is

Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Krijgt uw partner geen (volledige) Anw-uitkering van de overheid? Dan verhoogt PFZW het partnerpensioen om het tekort aan te vullen.

Uitkering ineens

Als u overlijdt wanneer u al met pensioen bent, hebben uw partner en kinderen tot 21 jaar recht op een uitkering. Deze uitkering is eenmalig en bedraagt driemaal het bruto maandbedrag van uw ouderdomspensioen of tweemaal het bruto maandbedrag van uw arbeidsongeschiktheidspensioen. Over dit bedrag betalen uw nabestaanden geen loonheffing en zorgpremie. Het netto bedrag van deze uitkering is dus gelijk aan het brutobedrag.

Overlijdt u terwijl u pensioen ontvangt en heeft u geen partner of kinderen jonger dan 21 jaar? Dan kan een ander in aanmerking komen voor de eenmalige uitkering. Deze persoon moet wel aantonen dat hij of zij een groot deel van de kosten die direct te maken hebben met het overlijden heeft betaald.

Lees meer over het partnerpensioen, of bekijk de brochure “Als u overlijdt” en het pensioenreglement van PFZW.

 

Wezenpensioen

Naast uw ouderdomspensioen bouwt u ook wezenpensioen op. Als u overlijdt, ontvangen uw kinderen jonger dan 21 jaar een wezenpensioen.

Laat u niet alleen kinderen, maar ook een (ex-)partner achter? Dan hebben uw kinderen recht op een wezenpensioen van ongeveer 0,25% van uw salaris min de AOW-franchise voor ieder jaar dat u bij ons pensioen opbouwde.

Laat u geen (ex-)partner achter? Dan hebben uw kinderen recht op een dubbel wezenpensioen. Ieder kind krijgt een wezenpensioen van ongeveer 0,50% van uw salaris min de AOW-franchise voor ieder jaar dat u bij ons pensioen opbouwde.

Elk kind ontvangt wezenpensioen tot hij of zij 21 jaar is. Het wezenpensioen wordt aan maximaal vijf kinderen volledig uitbetaald. Als meer kinderen recht hebben op wezenpensioen, wordt het maximale bedrag (van vijf wezenpensioenen) onder hen verdeeld.

De hoogte van het wezenpensioen staat vermeld op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Lees meer over het wezenpensioen of bekijk de brochure “Als u overlijdt”.

 

Voorzieningen bij arbeidsongeschiktheid

Voor de gevolgen van arbeidsongeschiktheid heeft PFZW iets geregeld. U komt hiervoor in aanmerking als u:
• een WIA-uitkering heeft, én
• ziek bent geworden terwijl u pensioen opbouwde bij PFZW, tijdens onbetaald verlof  of tijdens een WW-uitkering meteen na uw pensioenopbouw bij PFZW

Een WIA-uitkering krijgt u van UWV. De afkorting WIA staat voor Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Een WIA-uitkering kan een IVA-uitkering of een WGA-uitkering zijn.
• IVA-uitkering: voor volledig arbeidsongeschikten zonder uitzicht op herstel
• WGA-uitkering: voor gedeeltelijk of volledig arbeidsongeschikten met uitzicht op herstel

Een WGA-uitkering is de eerste maanden loongerelateerd. Dat wil zeggen dat de hoogte van de uitkering afhankelijk is van uw salaris voordat u arbeidsongeschikt werd. Voor de periode daarna kijkt UWV onder andere naar uw ‘restverdiencapaciteit’ en naar het inkomen dat u eventueel naast uw uitkering hebt. Afhankelijk daarvan wordt uw WGA-uitkering een ‘loonaanvullingsuitkering’ of een ‘vervolguitkering’.

De regeling van PFZW houdt het volgende in:
• premievrije pensioenopbouw
• arbeidsongeschiktheidspensioen

Deze voorzieningen stoppen als uw WIA-uitkering stopt, maar uiterlijk wanneer uw AOW ingaat.

 

 

Premievrije pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid
Als u volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent, heeft u recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Zolang u een WGA- of IVA-uitkering van UWV krijgt, blijft u daardoor pensioen opbouwen. Heeft u een partner en kinderen? Dan blijven zij ook verzekerd voor partnerpensioen en wezenpensioen. Betaalt uw werkgever uw salaris nog door? Dan staat er wel pensioenpremie op uw loonstrook. Uw werkgever moet dit doen om u het juiste nettosalaris uit te kunnen betalen.


Hoeveel pensioen bouwt u op met premievrije pensioenopbouw?
Uw premievrije pensioenopbouw baseren we op maximaal 75% of 70% van het brutosalaris op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin uw WIA-uitkering ingaat. Gaat uw WIA-uitkering bijvoorbeeld in juni 2019 in? Dan baseren we uw premievrije pensioenopbouw op uw brutosalaris van 1 januari 2018. Dit salaris stijgt elk jaar mee met de loonontwikkeling in de sector zorg en welzijn. Voor de overige 25% of 30% van uw salaris kunt u bij PFZW een vrijwillige voortzetting afsluiten. Voor dat deel betaalt u dan zelf de premie. U kunt een vrijwillige voortzetting aanvragen binnen zes maanden nadat uw premievrije pensioenopbouw is ingegaan. Tot slot is de hoogte van uw premievrije pensioenopbouw afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid en van de inkomsten die u naast uw uitkering heeft.

 

Arbeidsongeschiktheidspensioen      

Als u aan de voorwaarden voldoet, heeft u daarnaast recht op arbeidsongeschiktheidspensioen.      

PFZW kent twee soorten arbeidsongeschiktheidspensioen:      

  • WGA-hiaatpensioen bij een recht op een WGA-vervolguitkering, en een    
  • WIA-excedentpensioen bij een inkomen hoger dan € 55.927 (2019) bruto per jaar jaar.       

Een eventueel recht op het WGA-hiaatpensioen ontstaat zodra u een WGA-vervolguitkering gaat ontvangen van UWV.     

     

                 

Heeft u inkomsten naast uw IVA- of WGA-uitkering of kunt u volgens UWV nog verdienen naast uw WGA-uitkering? Dan berekent PFZW uw arbeidsongeschiktheidspercentage aan de hand van uw (mogelijke)inkomsten. Uw WIA-excedentpensioen wordt daardoor lager.

Wijzigingen en beëindiging van uw IVA- of WGA-uitkering

Verandert er iets in uw IVA- of WGA-uitkering? Dan geeft UWV dat aan ons door. Wij passen uw premievrije pensioenopbouw en, als het nodig is, uw arbeidsongeschiktheidspensioen aan. Zijn de gegevens over uw arbeidsongeschiktheid niet juist? Of is uw situatie gewijzigd en heeft u nog geen bericht van PFZW ontvangen? Neem dan contact met ons op.

 

Lees meer over arbeidsongeschiktheid of bekijk de brochure “U bent arbeidsongeschikt” en het pensioenreglement van PFZW.

 

Pensioenreglement

Wilt u precies weten wat onze pensioenregeling u biedt? Lees dan ons pensioenreglement.

Wat krijgt u in onze pensioenregeling niet?

 

Als u geen pensioen meer opbouwt bij PFZW is er minder partnerpensioen

Een deel van het partnerpensioen bouwt u op. Het andere deel is verzekerd op risicobasis. Op risicobasis wil zeggen dat uw partner hier recht op heeft zolang u pensioen opbouwt bij PFZW.

Er zijn dus twee situaties:

  • U bouwt pensioen op bij PFZW wanneer u overlijdt. Uw partner heeft recht op een volledig partnerpensioen (het opgebouwde deel + het deel op risicobasis).
  • U bouwt geen pensioen meer op bij PFZW wanneer u overlijdt. Uw partner heeft recht op een gedeeltelijk partnerpensioen (namelijk alleen het opgebouwde deel). Als u met pensioen gaat, bouwt u ook geen pensioen meer op.

Hoe bouwt u pensioen op?

 

A. De Algemene Ouderdomswet (AOW)

De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid. Dit krijgt iedereen die tussen de leeftijd van 15 jaar en de ingangsleeftijd van de AOW in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De AOW-ingangsleeftijd is niet meer voor iedereen gelijk. Kijk op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor uw AOW-leeftijd.

 

Heeft u niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan uw AOW lager uitvallen.

B. Het pensioen dat u via uw werk opbouwt

De hoogte van dit pensioen vindt u op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Het UPO ontvangt u één keer per jaar zolang u pensioen opbouwt bij PFZW. Op het UPO staan het ouderdomspensioen dat u nu heeft opgebouwd én het pensioen op uw pensioenleeftijd als u tot dat moment bij PFZW pensioen blijft opbouwen. Op het UPO vindt u ook gegevens van het partner- en wezenpensioen. Dat is pensioen voor uw partner en kinderen als u overlijdt. Kijk ook op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Daar vindt u een overzicht van al het pensioen dat u heeft opgebouwd in de banen die u hiervoor misschien heeft gehad buiten de sector zorg en welzijn.

C. De pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt

U kunt zelf een aanvulling regelen op uw AOW en het pensioen dat u opbouwt via uw werk. Bijvoorbeeld via banksparen of door een verzekering af te sluiten, zoals een lijfrente.

Heeft u een fulltime salaris van € 107.593 bruto per jaar of meer? Dan kunt u ervoor kiezen bij PFZW mee te doen aan een aparte pensioenregeling voor meer  partnerpensioen.

 

U bouwt pensioen op in een middelloonregeling

Ieder jaar bouwt u pensioen op over een deel van het brutoloon dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele brutoloon pensioen op. Uw pensioenuitvoerder houdt namelijk rekening met de AOW die u van de overheid ontvangt als u met pensioen gaat. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’.

Over uw brutoloon minus de franchise bouwt u elk jaar 1,75% aan pensioen op. Het totale pensioen dat u zo opbouwt, is de optelsom van al die jaren plus de eventuele verhoging. Dit heet een middelloonregeling. Vanaf uw pensioendatum ontvangt u dit bedrag elke maand zolang u leeft.

 

Opbouwpercentage

Elk jaar bouwt u pensioen op over een deel van het brutoloon dat u in dat jaar heeft verdiend. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over het brutoloon minus de franchise bouwt u jaarlijks 1,75% aan ouderdomspensioen op.

Stel: u verdient € 25.000 in een jaar. De franchise is € 15.000. € 25.000 - € 15.000 = € 10.000. U bouwt in dat jaar 1,75% ouderdomspensioen op over € 10.000. Dat is € 175 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering jaarlijks ontvangt, is een optelsom van alle jaren plus de eventuele verhoging (indexering).

 

U en uw werkgever betalen beiden voor uw pensioen

U en uw werkgever betalen iedere maand pensioenpremie. In feite is de premie de prijs van uw pensioen. In 2019 is de premie 23,5% van uw pensioengrondslag. De premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen is 0,6%. De pensioengrondslag is het deel van uw salaris dat meetelt voor uw pensioenopbouw.

Uw werkgever betaalt elke maand de pensioenpremie aan PFZW. Uw deel van de pensioenpremie houdt uw werkgever maandelijks in op uw brutoloon. Het exacte bedrag staat op uw loonstrook. De premie die uw werkgever betaalt, staat niet op uw loonstrook. Vraag bij uw werkgever na of en hoeveel hij bijdraagt aan uw pensioen.

Welke keuzes heeft u zelf?

 

Waardeoverdracht

Verandert u van baan en gaat u daardoor naar een andere pensioenregeling? De hoogte van uw opgebouwde pensioen per jaar bepaalt wat er met uw pensioen gebeurt.
Is uw opgebouwde pensioen hoger dan € 484,09 per jaar dan beslist u zelf of u uw pensioen meeneemt. Dit kan bijvoorbeeld gunstig zijn als uw nieuwe werkgever een betere pensioenregeling heeft. Of misschien wilt u alle pensioenen bij één uitvoerder hebben. Laat uw nieuwe pensioenuitvoerder dan weten dat u uw pensioen wilt meenemen. Het meenemen van uw pensioen regelt u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Wilt u uw pensioen niet meenemen? Dan blijft uw pensioen bij PFZW staan. Wilt u hulp bij het maken van uw keuze? Wij helpen u graag.
Is uw opgebouwed pensioen minder dan € 484,09 per jaar en hoger dan € 2,– per jaar? Dan zorgt PFZW er automatisch voor dat uw pensioen meegaat naar uw nieuwe pensioenuitvoerder als u na 1 januari 2018 uit dienst bent gegaan. PFZW checkt daarom jaarlijks bij mijnpensioenoverzicht.nl of u pensioen opbouwt bij een nieuwe pensioenuitvoerder. Heeft u geen nieuwe pensioenuitvoerder dan blijft uw pensioen bij PFZW.
Kleine premievrije pensioenen die zijn ontstaan vóór 1 januari 2018 draagt PFZW vanaf 1 januari 2020 gefaseerd over aan de nieuwe pensioenuitvoerder. Stopte uw pensioenopbouw en is uw opgebouwde pensioen lager dan € 2,- per jaar? Dan krijgt u dat pensioen niet. Dat is wettelijk zo bepaald.

 

Pensioenvergelijker

Wilt u uw pensioenregeling vergelijken met andere pensioenregelingen? Gebruik dan de pensioenvergelijker.

 

Aparte pensioenregeling voor als u meer dan € 107.593 verdient

Is uw fulltime salaris hoger dan € 107.593 bruto per jaar? Dan bouwt u geen pensioen op boven de € 107.593. U betaalt hier ook geen premie voor. U bouwt dus niet over uw volledige salaris pensioen op. Over uw salaris boven de € 107.593 bouwt u ook geen partnerpensioen op.

Werkt u parttime en verdient u minder dan € 107.593 bruto per jaar? Dan kan dit ook voor u gelden. Wij rekenen uw parttime salaris om naar een fulltime salaris.

Het is mogelijk om voor het gedeelte van uw fulltime salaris boven € 107.593 een aanvullende pensioenverzekering voor het partnerpensioen af te sluiten.U regelt voor uw partner dan een hoger partnerpensioen.

 

Ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen

Gaat u met pensioen of verlaat u eerder de sector zorg en welzijn? En is er geen of te weinig partnerpensioen voor uw partner wanneer u overlijdt? Dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen. U krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar uw partner krijgt dan wel een hoger pensioen van PFZW na uw overlijden.

Dit is een eenmalige keuze! Als u eenmaal gekozen heeft om wel of niet te ruilen, kunt u daar niet meer op terugkomen. Lees meer over het ruilen van pensioen of bekijk de brochure “Wat moet u nog regelen voordat u met pensioen gaat?”. In de planner op MijnPFZW ziet u wat ruilen betekent voor de hoogte van uw pensioen en dat van uw partner.

 

Partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen

Naast ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen op. Er kunnen redenen zijn waarom u het partnerpensioen wilt ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschien heeft uw partner zelf een goed pensioen, of misschien heeft u geen partner (meer).

Dit is een eenmalige keuze! Als u eenmaal gekozen heeft om te ruilen kunt u daar niet meer op terugkomen. Als u wél een partner heeft moet hij/zij het wel eens zijn met deze keuze. Lees meer over het ruilen van partnerpensioen voor een hoger oud​erdomspensioen of bekijk de brochure “Wat moet u nog regelen voordat u met pensioen gaat?”. In de planner op MijnPFZW ziet u wat ruilen betekent voor de hoogte van uw pensioen en dat van uw partner.

 

Eerder stoppen of langer doorwerken

Uw ouderdomspensioen gaat in als uw AOW ingaat, behalve als u het anders wilt.

U kunt er ook voor kiezen om langer door te werken. Als u dat wilt, kunt u het uitbetalen van uw ouderdomspensioen uitstellen totdat u echt met pensioen gaat. U moet dan wel (voor een deel) doorwerken. Als u later met pensioen gaat, gaat uw opgebouwde ouderdomspensioen omhoog. Lees meer over de verhoging van uw opgebouwde pensioen op onze website. Als u doorwerkt gaat daarnaast uw pensioenopbouw door. Kijk voor de voorwaarden voor het uitstellen van pensioen in het pensioenreglement van PFZW.

U kunt er ook voor kiezen om uw pensioen al eerder in te laten gaan. Dat betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt eerder en het ouderdomspensioen gaat omlaag. U moet er ook rekening mee houden dat de AOW later ingaat dan uw vervroegde pensioen. Kijk op www.svb.nl om te zien wanneer uw AOW ingaat.

U kunt uw AOW niet uitstellen of eerder in laten gaan.

 

Beginnen met een hoger of lager pensioen

U kunt ervoor kiezen om eerst een paar jaar een hoger ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een lager ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment is uw ouderdomspensioen lager dan op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat.

U kunt er ook voor kiezen om eerst een paar jaar een lager ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een hoger ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment heeft u bij deze keuze een hoger ouderdomspensioen dan op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat.

Dit is een eenmalige keuze! Als u hier voor gekozen heeft, kunt u daar niet meer op terugkomen.

Hoe zeker is uw pensioen?

 

Welke risico's zijn er?

De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een lange periode. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. De risico’s kunnen leiden tot een tekort.

PFZW probeert voorbereid te zijn op de risico’s die uw pensioen kunnen bedreigen. In het verleden is dat niet altijd goed gegaan. Bijvoorbeeld door de snelle stijging van de levensverwachting. Die stijging is namelijk groter dan de stijging waarmee we rekening hebben gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moeten zij langer pensioen ontvangen. Een pensioenuitvoerder moet dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend.

De rente speelt ook een rol. De rentestand beïnvloedt namelijk de waarde van de pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen betalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld PFZW ‘in kas’ moet hebben om later alle pensioenen te kunnen betalen. Als de rente lange tijd laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duur.

Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt PFZW ervoor dat de beleggingen verdeeld worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden.

Er zijn meer risico’s waar PFZW rekening mee moet houden om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen. PFZW moet die risico’s dus letterlijk ‘managen’ Meer informatie over het risicomanagement van PFZW leest u in de Actuariêle en Bedrijfstechnische Nota (ABTN) en in ons jaarverslag. U vindt de ABTN en ons jaarverslag in laag 3 van Pensioen 1-2-3.

Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds is onder meer van belang bij besluiten van het bestuur die gaan over de hoogte van de premie en het verlenen van toeslagen. Ook is de beleidsdekkingsgraad een belangrijke graadmeter voor de vraag of het pensioenfonds genoodzaakt is de pensioenen te verlagen. Als de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds lager is dan 100% dan mag het pensioenfonds niet meewerken aan individuele waardeoverdrachten. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde over twaalf maanden. Kijk op www.pfzw.nl voor meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad.

 

Houdt uw pensioen zijn waarde?


Uw pensioen is per 1 januari 2019 niet verhoogd.
Elk jaar wordt het leven duurder. Daarom is het belangrijk dat uw pensioen zijn waarde houdt. Om dat mogelijk te maken wil PFZW de pensioenen jaarlijks verhogen. Dit heet indexering. Vanaf 2017 is het onze ambitie om de pensioenen mee te laten stijgen met de prijsontwikkeling volgens de consumentenprijsindex gemeten over de periode van september ten opzichte van september van het jaar daarvoor (voor 2018: 1,9%). Tot 2017 was het onze ambitie om de loonontwikkeling in de sector te volgen.
Wij besluiten elk jaar of er kan worden geïndexeerd. Er moet namelijk wel genoeg financiële ruimte zijn. Deze ruimte was er het afgelopen jaar niet. Uw pensioen is per 1 januari 2019 dus helaas niet verhoogd.

De afgelopen jaren heeft PFZW de pensioenen als volgt verhoogd:

Datum Verhoging Ambitie Prijsontw.*
1-1-2018 0,00% 1,50% 1,40%
1-1-2017 0,00% 1,29% 0,30%
1-1-2016 0,00% 0,68% 0,60%
1-1-2015 0,00% 0,48% 1,00%
1-1-2014 0,94% 1,88% 2,50%
1-1-2013 0,00% 1,67% 2,50%
1-1-2012 0,00% 1,43% 2,30%
1-1-2011 0,00% 1,56% 1,30%
1-1-2010 0,72% 2,85% 1,20%
1-1-2009 0,00% 3,67% 2,50%
1-1-2008 1,82% 1,82% 1,60%

Wij verwachten uw pensioen de komende jaren regelmatig niet of niet volledig te kunnen verhogen.

 

Als er een tekort is

Het kan gebeuren dat PFZW ondanks alle voorzorgen toch geld tekort komt om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen betalen. Dan moet er iets gebeuren. PFZW heeft de taak zo zorgvuldig mogelijk af te wegen wat de beste oplossing is: de premie verhogen, de pensioenen niet verhogen of de pensioenopbouw verlagen. Het bestuur kan ook kiezen voor een combinatie van maatregelen of nog andere keuzes maken. In het uiterste geval kan PFZW besluiten om de pensioenen te verlagen.

PFZW heeft de pensioenen tot nu toe nog nooit verlaagd.

Meer informatie over hoe PFZW er financieel voor staat, leest u in onze kwartaalberichten.               

Welke kosten maken wij?

 

Wij maken verschillende kosten

PFZW maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie. Daaronder vallen de kosten voor het betalen van de pensioenen en het innen van de premies. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken van dit Pensioen 1-2-3 en het Uniform Pensioenoverzicht.

Daarnaast zijn er de kosten om het vermogen te beheren. Beleggen van het vermogen kost geld. Wij betalen bijvoorbeeld de partijen die voor ons het vermogen beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij het kopen of verkopen van aandelen of obligaties.

In ons jaarverslag vindt u een specificatie van de kosten die wij maken.

Wanneer moet u in actie komen?

 

Als u verandert van pensioenuitvoerder

Verandert u van baan en gaat u daardoor naar een andere pensioenregeling? De hoogte van uw opgebouwde pensioen per jaar bepaalt wat er met uw pensioen gebeurt.
Is uw opgebouwde pensioen hoger dan € 484,09 per jaar dan beslist u zelf of u uw pensioen meeneemt. Dit kan bijvoorbeeld gunstig zijn als uw nieuwe werkgever een betere pensioenregeling heeft. Of misschien wilt u alle pensioenen bij één uitvoerder hebben. Laat uw nieuwe pensioenuitvoerder dan weten dat u uw pensioen wilt meenemen. Het meenemen van uw pensioen regelt u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Wilt u uw pensioen niet meenemen? Dan blijft uw pensioen bij PFZW staan. Wilt u hulp bij het maken van uw keuze? Wij helpen u graag.
Is uw opgebouwde pensioen minder dan € 484,09 per jaar en hoger dan € 2,- per jaar? Dan zorgt PFZW er automatisch voor dat uw pensioen meegaat naar uw nieuwe pensioenuitvoerder als u na 1 januari 2018 uit dienst bent gegaan. PFZW checkt daarom jaarlijks bij mijnpensioenoverzicht.nl of u pensioen opbouwt bij een nieuwe pensioenuitvoerder. Heeft u geen nieuwe pensioenuitvoerder dan blijft uw pensioen bij PFZW. Kleine premievrije pensioenen die zijn ontstaan vóór 1 januari 2018 draagt PFZW vanaf 1 januari 2020 gefaseerd over aan de nieuwe pensioenuitvoerder.

 

Als u arbeidsongeschikt wordt

Als u een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, heeft u recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Ook kunt u recht hebben op een arbeidsongeschiktheidspensioen. Deze premievrije pensioenopbouw en het arbeidsongeschiktheidspensioen zijn afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt. Wijzigt uw arbeidsongeschiktheid? Dan geeft UWV dat aan ons door. Zijn de gegevens in onze nieuwe beslissing over uw arbeidsongeschiktheid niet juist? Of is uw situatie gewijzigd en heeft u nog geen bericht van PFZW ontvangen? Neemt u dan contact met ons op.

 

Als u gaat trouwen, een geregistreerd partnerschap aangaat of ongehuwd samenwoont.

Bent u getrouwd of heeft u een geregistreerd partnerschap? Dan heeft uw partner bij uw overlijden recht op partnerpensioen. Vindt u dat het partnerpensioen niet goed genoeg geregeld is, zorg dan dat u iets extra’s regelt.

Als u ongehuwd samenwoont, heeft uw partner niet automatisch recht op partnerpensioen bij uw overlijden. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen. U moet bijvoorbeeld een samenlevingsovereenkomst hebben. Zo’n overeenkomst moet zijn opgesteld door een notaris. Verder moeten u, uw partner en de notaris de overeenkomst hebben ondertekend. U meldt uw partner aan op uw MijnPFZW profiel. Na het inloggen, kunt u een foto of pdf van uw samenlevingsovereenkomst uploaden. U kunt ook een kopie maken van uw overeenkomst en deze per post naar ons opsturen. Lees meer over trouwen en samenwonen.

 

Als u gaat scheiden of uw geregistreerd partnerschap beeindigt

Uw ex-partner heeft recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u opbouwde tijdens het huwelijk of de periode van het geregistreerd partnerschap. U kunt met uw ex-partner andere afspraken maken. Deze afspraken moeten staan in het scheidingsconvenant. U of uw ex-partner moet PFZW op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele andere afspraken. Dat moet binnen twee jaar na de datum van de scheiding.

Het recht op een deel van het ouderdomspensioen geldt niet als u en uw partner ongehuwd samenwoonden. Ongehuwd samenwonenden moeten zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

Uw ex-partner heeft ook recht op het partnerpensioen dat u opbouwde tot de datum van de echtscheiding of het beêindigen van het geregistreerd partnerschap. Voor het recht op het partnerpensioen hoeft u niets te doen. Tenzij uw ex-partner geen partnerpensioen wil en er afstand van doet. Dan moet u dat aan PFZW laten weten.

Ook ongehuwd samenwonenden kunnen recht hebben op het partnerpensioen.

Lees meer over scheiden of bekijk de brochure “Uw relatie is voorbij”.

 

Als u verhuist naar het buitenland

Geef dit door aan PFZW en bespreek wat de gevolgen zijn voor uw pensioen. Informatie over de gevolgen voor de AOW vraagt u aan bij de Sociale Verzekeringsbank. Of kijk op www.svb.nl.

Ook als u binnen het buitenland verhuist, moet u dat aan PFZW doorgeven. U kunt uw verhuizing online doorgeven.

 

Als u werkloos wordt

Als u werkloos wordt, stopt uw pensioenopbouw. Dat geldt ook als u met onbetaald verlof gaat. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw werkloosheid voor uw ouderdomspensioen en voor het partnerpensioen en wezenpensioen op een rijtje zet.

Als u ontslagen wordt en bij bepaalde vormen van onbetaald verlof blijft u wel recht houden op onze voorzieningen bij arbeidsongeschiktheid en overlijden. Dat wil zeggen dat u geen pensioen meer opbouwt. Maar u kunt wel recht hebben op premievrije pensioenopbouw en arbeidsongeschiktheidspensioen als u arbeidsongeschikt wordt. Uw partner en kinderen tot 21 jaar hebben recht op partnerpensioen en wezenpensioen als u overlijdt.

Wilt u naast deze voorzieningen ook nog pensioen opbouwen? Dan kunt u uw pensioenopbouw vrijwillig voortzetten. U betaalt dan zelf de hele pensioenpremie. Lees meer over vrijwillige voortzetting. U kunt ook berekenen wat vrijwillige voortzetting betekent voor de hoogte van uw pensioen en wat de kosten zijn. Lees meer over bescherming bij verlof en werkloosheid of bekijk de brochures “Onbetaald verlof” en “Ontslagen of baan opgezegd”.

U vraagt bescherming bij verlof en werkloosheid en vrijwillige voortzetting aan met een van deze formulieren.

 

MijnPFZW.nl

Bekijk hoeveel u heeft opgebouwd en speel met uw keuzes op MijnPFZW.

Mijnpensioenoverzicht.nl

Een overzicht van al uw opgebouwde pensioenen vindt u op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

 

Als u gebruik wilt maken van een keuzemogelijkheid

De keuzemogelijkheden vindt u onder ‘Welke keuzes heeft u zelf?’.

Een gemaakte keuze kunt u niet meer terugdraaien. Laat u dus goed informeren voor u kiest.

 

Als u vragen heeft

Voor alle vragen over uw pensioenregeling kijkt u op www.pfzw.nl. U kunt ook bellen met PFZW op (030) 277 55 77.

   ​​​​​​