Keuzes in het ouderdomspensioen

Wat kunt u kiezen?

Bij PFZW kunt u eerder of later dan de AOW-leeftijd met pensioen gaan, ouderdomspensioen en partnerpensioen ruilen of eerst een hoger of lager bedrag ontvangen. ​​​​​​​​​​​​​​​​

1. Vervroegen of uitstellen van uw ouderdomspensioen

Het ouderdomspensioen gaat in op de datum van uw AOW-leeftijd. Maar u kunt het ook eerder of later in laten gaan. Eerder in laten gaan kan op z’n vroegst vijf jaar voor uw AOW-leeftijd. Uw pensioen wordt dan wel lager. U kunt het ouderdomspensioen ook later in laten gaan. Dit kan maximaal vijf jaar na uw AOW-leeftijd. Uw pensioen wordt dan hoger.

U kunt het ouderdomspensioen ook gedeeltelijk eerder in laten gaan. Bijvoorbeeld omdat u minder uren gaat werken. Gedeeltelijk uitstellen van het ouderdomspensioen kan ook. Bijvoorbeeld als u naast uw AOW een aantal uren blijft werken.

2. Eerst meer, dan minder ouderdomspensioen. Of andersom 

Het bedrag aan ouderdomspensioen is elke maand even hoog. Maar u kunt er voor kiezen om eerst een tijdje een hoger pensioen te krijgen, gevolgd door een lager pensioen. Of andersom. Eerst meer, dan minder pensioen is bijvoorbeeld handig als u de eerste jaren van uw pensionering uw hypotheek wilt aflossen. Eerst minder, dan meer pensioen is bijvoorbeeld handig als uw partner nog werkt en pas later met pensioen gaat.

3. Hoger ouderdomspensioen door ruilen van partnerpensioen of Flexpensioen

U bouwt bij PFZW partnerpensioen op, dit is een uitkering voor uw partner als u overlijdt. U bouwt dit ook op als u geen partner heeft. U kunt ervoor kiezen om dit partnerpensioen in te ruilen voor extra ouderdomspensioen. Heeft u vóór 2006 Flexpensioen opgebouwd? Dan kunt u dit ook gebruiken om uw ouderdomspensioen te verhogen.

 

Bereid u voor op deze keuzes met uw pensioenplan in MijnPFZW