Op dit moment heeft PFZW in haar pensioenreglement deze vorm van beloning geformuleerd als ‘geldwaarde van niet in geld uitgedrukte salarisbestanddelen’. PFZW volgt bij de waardebepaling van loon in natura altijd de waarderingsregels van de Belastingdienst. Uit een recente uitspraak van de commissie van beroep blijkt dat de commissie een afspraak, die is gemaakt tussen een werknemer en een werkgever, ook ziet als een op geld waardeerbare waarde. PFZW vindt het belangrijk dat de woning een objectieve waarde vertegenwoordigt in de pensioengrondslag. Waardering op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken leidt immers tot verschillen tussen deelnemers. Om die reden kiest PFZW ervoor om het pensioenreglement (artikel 1.10, lid 6.d.) op dit punt per 1 juli 2020 aan te passen.  Conform de bestendige interpretatie van PFZW van het reglement wordt de waardering van de ambtswoning enkel volgens de fiscale regels vastgesteld. Dit  blijkt ook ondubbelzinnig uit de tekst.

De nieuwe tekst luidt per 1 juli 2020:
Artikel 1.10 Pensioengevend salaris
Lid 6. d. geldswaarde van kost en inwoning en van het gebruik van een door de aangesloten werkgever verstrekte woning, zoals vastgesteld volgens de waarderingsregels van de Wet LB of de Wet IB;