De wijziging

PFZW heeft namens de sociale partners, die verantwoordelijk zijn voor de verplichtstelling, het ministerie van SZW verzocht de verplichtstelling aan te passen. SZW heeft de verplichtstelling inmiddels aangepast. Daarmee volgt de maximumleeftijd in de verplichtstelling van PFZW per 1 juli 2018 automatisch de persoonlijke pensioengerechtigde leeftijd in de Algemene Ouderdomswet. 

Het werknemersbegrip is in de verplichtstelling per 1 juli 2018 als volgt omschreven: 

‘ieder die een arbeidsovereenkomst volgens burgerlijk recht heeft met een onder A genoemde werkgever, uitgezonderd: 

a. de werknemers die de 15-jarige leeftijd nog niet hebben bereikt en de werknemers die de pensioengerechtigde leeftijd in de zin van artikel 7a lid 1 van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt,’ 

Waarom een AOW-leeftijd in de verplichtstelling?

De beleidsregels in het Toetsingskader Wet Bpf 2000 schrijven voor dat de maximumleeftijd van de verplicht gestelde deelneming in de pensioenregeling in de verplichtstelling is opgenomen. PFZW heeft deze maximumleeftijd gekoppeld aan de persoonlijke AOW-gerechtigde leeftijd. Iedere keer als de overheid (de stapsgewijze verhoging van) de AOW-leeftijd wijzigde, moest PFZW daardoor de tekst van de verplichtstelling aanpassen. Dat vergde altijd extra handelingen, zoals een instemmingsronde langs alle betrokken sociale partners, en was daardoor omslachtig. Gelukkig is dat nu niet meer nodig voor de AOW-leeftijd.