Van uitkeringsregeling naar premieregeling

In een uitkeringsovereenkomst zijn afspraken gemaakt over de hoogte van de toekomstige pensioenuitkering. De financiële positie van het pensioenfonds (de dekkingsgraad) bepaalt daarbij of de pensioenen worden verhoogd (indexering) of verlaagd.

Straks stappen alle Nederlandse pensioenfondsen over naar de zogenaamde premieregeling. Daarin zijn afspraken gemaakt over de premie die wordt betaald. Deze premie wordt net als nu belegd. De hoogte van het persoonlijke pensioenvermogen is net als nu afhankelijk van de resultaten van de beleggingen. Op de pensioendatum wordt vanuit het opgebouwde vermogen een pensioen gefinancierd zolang de deelnemer leeft. Het is nu duidelijker geworden dat pensioenfondsen geen garanties geven wat betreft het uiteindelijke pensioen. Dit is afgesproken in het pensioenakkoord.

Twee varianten

Hebben pensioenfondsen dan helemaal niets te kiezen? Jawel, de premieregeling is er straks in twee varianten, waaruit zij kunnen kiezen:

  1. de solidaire premieregeling (voorheen 'het nieuwe pensioencontract', NPC) of 
  2. de flexibele premieregeling (voorheen 'de wet verbeterde premieregeling', WVP)

In beide varianten is de premie het vertrekpunt. De pensioendoelstelling en de daarbij behorende hoogte van de premie worden vastgesteld door de sociale partners. De premie is voor alle leeftijden gelijk en wordt samen belegd. De pensioenen worden uit de uiteindelijke pensioenpot betaald. Er is dus geen sprake meer van een dekkingsgraad.