Voorbeeld inhalen bijdrage Zvw

De heer De Vries ontvangt van PFZW een pensioen van € 4.400 bruto per maand. De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (bijdrage Zvw) is in 2019 5,7% van zijn bruto pensioen. Elke maand betaalt hij dus aan bijdrage Zvw: € 4.400 x 5,70% = € 250,80.

Op het pensioen van mei 2019 betaalt hij meer bijdrage Zvw. Dit komt door het volgende:

In mei 2019 krijgt de heer De Vries vakantiegeld: € 4.224 bruto. De bijdrage Zvw die PFZW daarop zou moeten inhouden is € 4.224 x 5,7% = € 240,77. Dit komt bovenop de maandelijkse bijdrage Zvw van € 250,80. In totaal moet de heer De Vries in mei dus eigenlijk € 491,57 bijdrage Zvw betalen (€ 250,10 + € 240,77). Maar de Belastingdienst heeft bepaald dat er in 2019 per maand niet meer dan € 265,65 mag worden ingehouden (per jaar is dit in 2019 € 3.187,80).

Van januari tot en met mei 2019 was steeds € 250,80 aan bijdrage Zvw ingehouden: € 14,85 minder dan het maximum. In totaal bleef er over die 5 maanden dus nog een ruimte over van 5 x € 14,85 = € 74,25. Deze ruimte moeten wij van de Belastingdienst gebruiken om de te weinig ingehouden bijdrage Zvw te verrekenen. Daarom betaalt de heer De Vries over het vakantiegeld € 74,25 bijdrage Zvw. Dan blijft er nog € 240,77 - € 74,25 = € 166,52 over.

De rest van het jaar betaalt de heer De Vries elke maand de maximale bijdrage Zvw van € 265,65 per maand. Het gaat in totaal om 7 maanden, dus
7 x € 14,85 = € 103,95. Het restant van € 166,52 - € 103,95 = € 62,57 hoeft hij niet te betalen. 

Overzicht pensioen de heer De Vries over 2019:
plaatje voorbeeld Zvw.png