Belastingen en pensioen

Wat verandert er als u met pensioen bent?

​Wanneer u pensioen ontvangt, krijgt u ook te maken met een andere manier van belasting betalen. Het is goed om hierbij stil te staan, zodat u weet wat u kunt verwachten.  

Ouderenkorting

Ouderenkorting is een korting van € 1.596 op de inkomstenbelasting, waardoor u dus minder belasting hoeft te betalen. U heeft hier recht op als u de AOW-leeftijd heeft, op 31 december van het jaar waarover u belastingaangifte doet. Uw inkomen moet ook lager zijn dan € 36.783 bruto per jaar (in 2019).

 

Ligt uw verzamelinkomen in 2019 boven € 36.783? Dan ontvangt u in 2019 minder ouderenkorting en in sommige gevallen niets.

 

De korting wordt automatisch toegepast als u belastingaangifte doet. Lees meer over ouderenkorting op de website van de Belastingdienst. ​​​​​​​​

Naheffing inkomstenbelasting  

Hoe hoger uw totale inkomen, hoe meer inkomstenbelasting u betaalt. Dit kent u waarschijnlijk van de jaren dat u werkte. Als u 1 werkgever en dus ook 1 inkomstenbron heeft, betaalt deze ene werkgever ook uw salaris aan u uit. De werkgever houdt hiermee vanzelf rekening met de belastingschijf waar uw inkomen in valt. En dus ook met hoeveel belasting u moet betalen.  

 

Als u pensioen én AOW ontvangt, krijgt u door 2 verschillende instanties uitbetaald. Dit is ook het geval als u minder bent gaan werken door deels vervroegd pensioen op te nemen, dan krijgt u uitbetaald door uw werkgever én uw pensioenuitvoerder. Ontvangt u pensioen van meerdere pensioenfondsen, dan zijn dat ook weer allemaal verschillende instanties die u betalen.

 

De meeste instanties houden automatisch rekening met de laagste belastingschijf. Maar als u al uw inkomens bij elkaar optelt, kan het zijn dat (een deel van) uw verzamelinkomen in een hogere belastingschijf valt. De Belastingdienst houdt alleen rekening met uw verzamelinkomen.  

 

Voorbeeld  

  • U ontvangt AOW van € 10.000 bruto per jaar.
  • U ontvangt een pensioen van PFZW van € 11.000 bruto per jaar.
  • U ontvangt een pensioen van een ander pensioenfonds van € 7.000 bruto per jaar.
  • Uw verzamelinkomen is € 28.000 bruto per jaar.
 

Los van elkaar zijn dit allemaal bedragen die in de 1e belastingschijf vallen en wordt dus het laagste belastingtarief berekend bij het uitbetalen. Maar, als u deze bedragen bij elkaar optelt, komt u uit op een verzamelinkomen van € 28.000 bruto per jaar. Het inkomen tot € 20.384 wordt in schijf 1 belast. Het inkomen daarboven valt in schijf 2, met een hoger belastingtarief dan schijf 1. Hierdoor moet u meer belasting betalen dan er al is ingehouden door de instanties. U heeft dus te weinig belasting betaald en krijgt daarom een naheffing van de Belastingdienst. Hiermee betaalt u het verschil alsnog.

 
Meer informatie over de verschillende schijven vindt u op de website van de Belastingdienst.
 
  
 

 
 
Eerder weten wat u kunt verwachten?

U kunt bij de Belastingdienst een voorlopige aanslag aanvragen. Hiermee ziet u of u belasting moet bijbetalen en kunt u dat ook meteen al doen. Op die manier wordt u niet verrast met een (groot) bedrag dat u in 1 keer aan de Belastingdienst moet terugbetalen. U vraagt de voorlopige aanslag aan op de website van de Belastingdienst

Loonheffingskorting  

Loonheffingskorting is een korting op uw inkomstenbelasting, waardoor u dus minder belasting hoeft te betalen. U kunt loonheffingskorting laten toepassen op 1 inkomstenbron. Dit kan uw AOW zijn, of uw pensioen. U kunt hierin zelf een keuze maken.

 

Let op: de loonheffingskorting wordt automatisch op uw AOW toegepast. Dus als u loonheffingskorting op uw pensioen wil ontvangen, moet u de korting op uw AOW laten stopzetten. Doet u dit niet, dan moet u de te veel ontvangen korting achteraf terugbetalen aan de Belastingdienst.   

 

Op welke inkomstenbron u de loonheffingskorting het beste kunt toepassen, hangt af van uw persoonlijke situatie en voorkeur. U kunt er bijvoorbeeld ook voor kiezen nergens loonheffingskorting toe te passen. U ontvangt dan netto een lager inkomen per maand, maar de kans op een naheffing van de Belastingdienst is dan kleiner. Er is dan ook een kans dat u juist geld van de Belastingdienst terugkrijgt.   

Op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vindt u meer informatie en hulp bij het maken van uw keuze.

Woont u in het buitenland? Dan is uw loonheffingskorting anders

Door een wetswijziging heeft u als u in het buitenland woont vanaf 2019 niet altijd recht op loonheffingskorting. Past PFZW de loonheffingskorting toe? Dan heeft dit geen invloed op de hoogte van de ingehouden loonheffing, maar wel op de verdragsbijdrage Wet langdurige zorg (Wlz). Als u ook in aanmerking wilt komen voor loonheffingskorting op de loonheffing, regelt u dit zelf met de Belastingdienst. Kijk voor meer informatie op de website van de Belastingdienst

​​​