Rekenvoorbeeld bijdrage Zvw

U betaalt deze maand en de komende maanden een hoger bedrag aan de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (bijdrage Zvw). Hierover heeft u een brief gekregen. De bijdrage Zvw is hoger, door het vakantiegeld.  In het volgende rekenvoorbeeld leggen we uit hoe dat werkt.

De heer De Vries ontvangt van PFZW een pensioen van € 5.900 bruto per maand. De bijdrage Zvw is in 2026 4,85%% van zijn brutopensioen.

Elke maand betaalt hij dus aan bijdrage Zvw: € 5.900 x 4,85% = € 286,15.

Op het pensioen van juni 2026 betaalt hij meer bijdrage Zvw. Dit komt door het volgende:

In mei 2026 krijgt de heer De Vries vakantiegeld: € 5.664 bruto. De bijdrage Zvw die PFZW daarop zou moeten inhouden is € 5.664 x 4,85% = € 274,70. Dit komt bovenop de maandelijkse bijdrage Zvw van € 286,15. In totaal moet de heer De Vries in mei 2026 dus eigenlijk € 560,85 bijdrage Zvw betalen (€ 286,15 + € 274,70). Maar de Belastingdienst heeft bepaald dat er in 2026 per maand niet meer dan € 320,94 mag worden ingehouden (per jaar is dit € 3.851,34 (2026).

Van januari tot en met mei 2026 was steeds € 286,15 aan bijdrage Zvw ingehouden: €34,79 minder dan het maximum. In totaal bleef er over die 5 maanden dus nog een ruimte over van 5 x €34,79 = € 173,95. Het bedrag dat we nog niet gebruikt hebben in de periode januari 2026 tot en met mei 2026 mogen wij op het vakantiegeld inhouden. Daarom betaalt de heer De Vries over het vakantiegeld € 173,95 bijdrage Zvw. Dan blijft er nog € 274,70 - €173,95 = €100,75 over.

De niet ingehouden Zvw op het vakantiegeld moet ingehaald worden over de maanden vanaf juni 2026. Hierdoor betaalt de heer De Vries de rest van het jaar elke maand de maximale bijdrage Zvw van € 320,94 per maand.

Het gaat in totaal om 7 maanden, dus 7 x € 34,79 = € 173,95.
Het restant van € 274,70 - € 173,95 = € 100,75 hoeft hij niet te betalen.