De heer De Vries ontvangt van PFZW een pensioen van € 4.600 bruto per maand. De bijdrage Zvw is in 2020 5,45% van zijn brutopensioen. Elke maand betaalt hij dus aan bijdrage Zvw: € 4.600 x 5,45% = € 250,70.

Op het pensioen van juni 2020 betaalt hij meer bijdrage Zvw. Dit komt door het volgende:

In mei 2020 krijgt de heer De Vries vakantiegeld: € 4.416 bruto. De bijdrage Zvw die PFZW daarop zou moeten inhouden is € 4.416 x 5,45% = € 240,67. Dit komt bovenop de maandelijkse bijdrage Zvw van € 250,70. In totaal moet de heer De Vries in mei dus eigenlijk € 491,37 bijdrage Zvw betalen (€ 250,70 + € 240,67). Maar de Belastingdienst heeft bepaald dat er in 2020 per maand niet meer dan € 259,92 mag worden ingehouden (per jaar is dit in 2020 € 3.199,14).

Van januari tot en met mei 2020 was steeds € 250,70 aan bijdrage Zvw ingehouden: € 9,22 minder dan het maximum. In totaal bleef er over die 5 maanden dus nog een ruimte over van 5 x € 9,22 = € 46,10. Deze ruimte moeten wij van de Belastingdienst gebruiken om de te weinig ingehouden bijdrage Zvw te verrekenen. Daarom betaalt de heer De Vries over het vakantiegeld € 46,10 bijdrage Zvw. Dan blijft er nog € 240,67 - € 46,10 = € 194,57 over.

De niet ingehouden Zvw op het vakantiegeld moet ingehaald worden over de maanden vanaf juni. Hierdoor betaalt de heer De Vries de rest van het jaar elke maand de maximale bijdrage Zvw van € 259,92 per maand. Het gaat in totaal om 7 maanden, dus 7 x € 9,22 = € 64,54. Het restant van € 194,57 - € 65,54 = € 129,03 hoeft hij niet te betalen.