Uw nieuwe nettobedrag op MijnPFZW

U ontvangt medio januari uw betalingsbericht met toelichting (per post of digitaal, dat hangt af van de voorkeur die u heeft opgegeven) waarin u kunt lezen wat dit netto voor uw pensioenuitkering betekent. Dit wordt namelijk niet alleen door deze indexering bepaald, maar ook door de jaarlijkse wijziging van inhoudingen.

Wilt u al eerder weten wat uw exacte nieuwe pensioen(aanspraak) wordt? Kijk dan vanaf 15 januari 2023 op MijnPFZW. Daar vindt u de meest actuele informatie.

Wat betekent deze verhoging voor een gemiddeld pensioen bij PFZW?

Hieronder ziet u een algemene berekening bij een gemiddeld ouderdomspensioen van 9.000 euro bruto per jaar:

 

Voor verhoging

Na verhoging

Verschil

Jaarbedrag (met vakantiegeld)

9.000,00

9.540,00

540,00

Maandbedrag (zonder vakantiegeld)

   694,44

   736,11

  41,67

Waarom kunnen we uw pensioen verhogen?

Er zijn nieuwe regels van de overheid voor het verhogen van pensioenen. Vanaf 1 juli 2022 mogen pensioenfondsen pensioenen verhogen (indexeren) als de beleidsdekkingsgraad hoger is dan 105%. Op 30 september 2022 was de beleidsdekkingsgraad bij PFZW 115,7%. Daarom kunnen wij de pensioenen nu dus verhogen. Het percentage waarmee we gaan verhogen is gebaseerd op de prijsstijging in de periode van september 2021 tot september 2022.

Wat betekent dit voor uw AOW?

Naast uw ouderdomspensioen van PFZW ontvangt u ook AOW van de overheid. Of uw AOW ook omhoog gaat, is een beslissing van de overheid. Uw totale inkomen kan dan dus ook stijgen. De AOW-bedragen vindt u op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Waarom kunnen we uw pensioen niet nog meer verhogen?

Gezien de hoge inflatie zou PFZW de pensioenen maximaal 14,5% willen verhogen.  Maar volgens de regels mag dit niet hoger zijn dan 10,2%. De eigen afweging om voor alle deelnemers voldoende geld achter de hand te houden heeft geleid tot 6%. Hiermee wil PFZW verlagingen in de toekomst zoveel mogelijk voorkomen en juist de kans op een verhoging zo groot mogelijk maken. We moeten rekening houden met de pensioenen die we in de toekomst moeten betalen.

Waarom is mijn verhoging minder dan 6%?

Als de verhoging van uw pensioen minder is dan 6% kan dat een aantal oorzaken hebben:

  • Het kan zijn dat voor uw pensioen of voor een deel van uw pensioen de oude overrentedeling geldt. PFZW verhoogt deze pensioenen met de gemiddelde rente op staatsobligaties als dat percentage ligt boven de rekenrente van 4%. Dat was niet het geval en dus verhogen we die pensioenen niet.
  • U laat uw ouderdomspensioen vervroegd ingaan met een datum in 2023 en heeft zelf uw pensioenbedrag gekozen. Dat bedrag wordt niet verhoogd/geïndexeerd. Het ouderdomspensioen dat u straks vanaf uw AOW-leeftijd gaat ontvangen wordt wel verhoogd/geïndexeerd.
  • U heeft uw ouderdomspensioen vervroegd laten ingaan. Er zijn regels hoe hoog uw vroegpensioen maximaal mag zijn. Bijvoorbeeld ten opzichte van uw salaris of het deel dat u minder bent gaan werken of wat u minimaal over moet houden vanaf uw AOW-leeftijd. Doordat uw vroegpensioen op het maximum of tegen het fiscale maximum aanzit, wordt uw vroegpensioen niet of minder verhoogd. Maar met het resterende deel van het percentage verhogen we het ouderdomspensioen dat u straks vanaf uw AOW-leeftijd gaat ontvangen.
  • U heeft een klein pensioen (bijvoorbeeld minder dan €1 per maand). Uw pensioen is wel geïndexeerd, maar door afronding op centen, komt het verschil in het bedrag uit op minder dan 6% of zelfs 0%.
    Rekenvoorbeeld:
    Iemand ontvangt een pensioen van € 2,01 per jaar. Dit wordt door indexering 2,1306, afgerond op centen € 2,13. Het percentage waarmee dit bedrag is verhoogd is dan 5,97%.
  • U ontvangt een partnerpensioen. Daarnaast een Anw-compensatie van PFZW omdat u geen recht heeft op een (volledige) Anw-uitkering van de overheid. Het partnerpensioen is verhoogd, de Anw-compensatie is aangepast aan de nieuwe Anw-bedragen vanuit de overheid. (Deze Anw-compensatie wordt 2 maal per jaar aangepast: op 1 januari en 1 op juli).
Wat zijn de nieuwe regels over indexeren?

De overheid heeft besloten dat komend jaar de regels om (gedeeltelijk) te verhogen soepeler worden. Pensioenfondsen mogen de pensioenen door deze versoepeling verhogen bij een beleidsdekkingsgraad van 105% of hoger. Dat betekent dat er € 1,05 in kas moet zijn voor elke euro die wij betalen aan pensioen.  

Pas bij een beleidsdekkingsgraad van rond de 125% mogen wij uw pensioen volledig laten meestijgen met de prijzen.  

Waarom indexeren andere fondsen met andere percentages?

Andere pensioenfondsen kunnen hoger indexeren omdat hun financiële positie beter is. Er zijn ook pensioenfondsen die minder dan PFZW indexeren of zelfs moeten verlagen omdat hun financiële positie slechter is dan die van PFZW.

Een belangrijke reden voor het verschil in indexaties tussen fondsen is het verschil in dekkingsgraad. Op korte termijn kunnen wij hier niets aan veranderen en we kunnen dus ook niet alsnog een hogere indexering geven. Hoe jammer we dat ook vinden. Voor de lange termijn blijft ons beleid gericht op voldoende rendement halen om pensioenen te kunnen verhogen.

Houdt uw pensioen zijn waarde?

Uw pensioen is per 1 januari 2023 verhoogd.

PFZW heeft de ambitie om de pensioenen mee te laten stijgen met de prijsontwikkeling. Daarbij kijken we naar de consumentenprijsindex over de periode van september ten opzichte van september van het jaar daarvoor (over 2022: 14,5%).

Wij besluiten elk jaar of er kan worden geïndexeerd. Er moet namelijk wel genoeg financiële ruimte zijn om de pensioenen te kunnen verhogen. Die was er volgens de reguliere regels niet. Door gebruik te maken van een tijdelijke overheidsmaatregel kunnen we de pensioenen per 1 januari 2023 gedeeltelijk indexeren met 6%. Met deze gedeeltelijke indexatie hebben we zowel rekening gehouden met de korte termijn als de lange termijn. De koopkrachtdaling wordt gedeeltelijk gecompenseerd, maar gezien de economische omstandigheden van het moment is voorzichtigheid geboden. Door de gedeeltelijke indexatie is de kans op verlaging van de pensioenen de komende jaren beperkt.

De afgelopen vijf jaar heeft PFZW uw pensioen als volgt verhoogd. 

Overzicht indexatie 2013-202

Datum

Verhoging/indexering

Ambitie van PFZW

Prijsontwikkeling1

01-10-2022 (2)

2,70%

2,70%

2,70%

01-01-2021

0,00%

1,10%

1,30%

01-01-2020

0,00%

2,60%

2,60%

01-01-2019

0,00%

1,90%

1,70%

01-01-2018

0,00%

1,50%

1,40%

01-01-2017

0,00%

1,29%

0,30%

01-01-2016

0,00%

0,68%

0,60%

01-01-2015

0,00%

0,48%

1,00%

01-01-2014

0,94%

1,88%

2,50%

01-01-2013

0,00%

1,67%

2,50%

(1) Consumentenprijsindex (cpi) van CBS ‘niet afgeleid’.

(2) Per 1 januari 2022 is het  pensioen niet verhoogd. 

Wij verwachten dat we de komende jaren uw pensioen regelmatig niet of niet volledig kunnen laten meegroeien met het stijgen van de prijzen. 

Zijn er effecten voor verschillende generaties?

Bij elk besluit kijken we naar de gevolgen voor alle deelnemers. Door tussentijds de pensioenen te verhogen (indexeren) krijgen gepensioneerden er direct meer geld bij. Ook de pensioenen van mensen die nog niet met pensioen zijn, gaan omhoog. 

Maar indexeren kost geld. Daardoor raakt de totale ‘pensioenpot’ leger. Het plan is om in 2026 over te gaan naar het vernieuwde pensioenstelsel. Daarom kijken we naar de effecten van ons besluit tot en met dat moment. Door nu te indexeren is er minder geld te verdelen op het moment waarop we overgaan naar het nieuwe stelsel. Dat pakt per saldo iets minder gunstig uit voor mensen die nog werken en jongeren. Voor hen is de uitkering tot dat moment immers nog niet ingegaan. Bij de overgang gaan we hier rekening mee houden.

Voor wie is de indexatie gunstiger en voor wie minder gunstig?

Voor alle deelnemers gaan de pensioenen per 1 oktober 2022 met 2,7% en per 1 januari 2023 met 6,0% omhoog. Hoe het op de lange termijn financieel uitpakt heeft te maken met het nieuwe pensioenstelsel. PFZW heeft het plan om in 2026 over te gaan naar dat nieuwe pensioenstelsel.
Op 1 januari 2026 wil PFZW alle pensioenen onderbrengen in dat nieuwe stelsel. Op dat moment zijn de effecten van deze indexaties respectievelijk -0,3% en -0,5% op de vermogens van alle deelnemers. Maar gepensioneerden hebben tot dat moment een pensioen ontvangen dat respectievelijk 2,7% en 6,0% hoger is. Voor de oudste gepensioneerden is het effect van deze indexatie dan +2,7% en + 6,0%. Dat komt doordat oudere gepensioneerden een minder lange levensverwachting hebben. En daardoor minder merken van het dalende effect op de dekkingsgraad. Hoe jonger de gepensioneerde, hoe lager het percentage. Voor mensen die nog pensioen opbouwen, met name jongeren, slaat het percentage om in een negatief effect van -0,3% en -0,5%. Bij de overgang gaan we hier rekening mee houden.

De figuur toont de generatie-effecten waarbij we er van uit gaan, dat per 1-1-2026 overgestapt wordt naar het nieuwe pensioenstelsel, zonder een spreidingperiode gegeven de huidige pensioenverplichtingen. De generatie-effecten van het indexatiebesluit per 1 oktober 2022 geven een zefde beeld met lagere effecten en zijn daarom hier niet apart opgenomen.

Hoe zijn de generatie-effecten berekend?

In de figuur zien we dat tot ongeveer leeftijd 63 het effect van de indexering per 1 januari 2022 leidt tot een maximaal 0,5% lager vermogen. De uitkering zal dan ook naar verwachting maximaal 0,5% lager zijn dan in de situatie waarin niet geïndexeerd was. Voor hogere leeftijden geldt dit ook, maar wordt dit effect gecompenseerd door de hogere uitkeringen in de periode tot 2026. In de figuur is dat te zien aan de lijn die bij hogere leeftijden bij positieve percentages uitkomt.

De figuur toont de generatie-effecten in de situatie dat per 1-1-2026 ingevaren wordt zonder een spreidingperiode gegeven de huidige pensioenverplichtingen.

De vereenvoudigde berekening van de generatie-effecten is gebaseerd op de volgende aannames:

  • De kasstromen en financiële positie van 2022 zijn uitgangspunt (dus exclusief ontwikkelingen tot 2026). Het dekkingsgraadeffect van de extra indexatie op de uitkeringen tot aan het invaarmoment is vastgesteld op een daling van 0,5%-punt uitgaande van de rente per 30 september 2022 en daarvoor is gecorrigeerd.
  • Voor het verdelen van het surplus is de standaardmethode toegepast zonder spreidingsperiode van maximaal 10 jaar.
  • Bij het invaren wordt uitgegaan van de voorlopige actuele dekkingsgraad van 30 september 2022 van 115,7% (toekomstige UFR-verlagingen zijn buiten beschouwing gelaten).

Er is geen rekening gehouden met een afzondering van het minimaal vereist eigen vermogen dat na transitie in het financieel toetsingskader vereist is, of met het vullen van reserves of een compensatiedepot, of extra verschuivingen ten behoeve van een evenwichtige transitie. Hier heeft PFZW nog niet toe besloten.