Pensioengevend salaris

Om het salaris te berekenen waarover de medewerker pensioen opbouwt, tellen we eerst diverse bedragen bij elkaar op. Van het totaal trekken we de AOW-franchise af. Het bedrag dat daar uitkomt, is het salaris waarover de medewerker pensioen opbouwt.

  • Aandachtspunt 1: afspraken met terugwerkende kracht (hebben terugwerkende kracht)
    Loonsverhogingen met terugwerkende kracht tot 1 januari verhogen het pensioengevend salaris. De werkgever moet dan het bestand voor de Uniforme Pensioen Aangifte (UPA) vanaf 1 januari corrigeren. Eenmalige, niet structurele salarisbestanddelen verhogen het pensioengevend salaris niet.
Vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw

Als de medewerker ontslag krijgt of neemt, bouwt hij geen pensioen meer op. Gaat hij (tijdelijk) minder werken of verdienen, dan bouwt hij nog wel pensioen op, maar minder dan daarvoor. Met vrijwillige voortzetting bieden wij de medewerker de mogelijkheid om de pensioenopbouw op eigen kosten voort te zetten. Als de medewerker hiervoor kiest, gaat de opbouw van het pensioen bij PFZW gewoon door. Meer lezen over vrijwillige voortzetting.
 
  • Aandachtspunt 2: Loondoorbetaling tijdens aanvullend geboorteverlof voor partners of deels betaald ouderschapsverlof
    Met ingang van 1 juli 2020 hebben partners van pas bevallen vrouwen recht op maximaal 5 weken aanvullend geboorteverlof naast het standaard geboorteverlof van 5 dagen. Tijdens het aanvullend geboorteverlof heeft de medewerker recht op een WAZO-uitkering van UWV van 70% van het loon, met als maximum 70% van het maximum dagloon. Op enkele uitzonderingen na verloopt de WAZO-uitkering via de werkgever.

    Zoals het er nu uit ziet, wordt vanaf 2 augustus 2022 daarnaast de bestaande regeling voor ouderschapsverlof ingevuld met een periode van deels (door UWV) betaald ouderschapsverlof. Nu al kunnen ouders 26 weken ouderschapsverlof opnemen in de eerste acht levensjaren van hun kind. Het is de bedoeling dat deze ouders straks de eerste negen weken van UWV een uitkering krijgen ter hoogte van 50% van hun dagloon, tot 50% van het maximum dagloon.

    Is in de cao niets anders overeengekomen? Dan stopt de pensioenopbouw zowel tijdens het aanvullend geboorteverlof en het ouderschapsverlof. Sociale partners kunnen afspraken maken over het al dan niet aanvullen van de UWV-betaling en een eventuele bijdrage in de pensioenpremie voor vrijwillige voortzetting.
    Eerdere berichtgeving lezen

  • Aandachtspunt 3: Stoppen met werken en vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw
    Als gevolg van de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen en de subsidieregeling MDIEU staat de regeling vervroegde uittreding (RVU) in de belangstelling. Maakt de cao-tafel in aansluiting op deze wetgeving in de cao afspraken over beëindiging  van de loopbaan met loondoorbetaling door de werkgever? Dan stopt de pensioenopbouw voor de medewerker. Hij kan de pensioenopbouw dan ook niet vrijwillig voortzetten (behoudens uitzonderingssituaties). 
  • Aandachtspunt 4: Minder werken voor AOW-leeftijd en vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw
    Maakt de cao-tafel in de cao afspraken over langzame afbouw binnen tien jaar voor de AOW-leeftijd? De medewerker kan dan de pensioenopbouw vrijwillig voortzetten als hij voor minimaal 50% van zijn oorspronkelijke dienstverband blijft werken.

    Nb. De medewerker moet de vrijwillige voortzetting binnen negen maanden aanvragen.