Waarom is aansluiting met terugwerkende kracht zo belangrijk?

PFZW heeft als (verplichtgesteld) bedrijfstakpensioenfonds te maken met het beginsel van ‘geen premie, wel recht’. Dit houdt in dat een werknemer van een werkgever die onder de verplichtstelling van PFZW valt, recht heeft op pensioenopbouw bij PFZW. Oók als de werkgever deze werknemer niet heeft aangemeld, of geen premie heeft betaald.

Dit beginsel is er om werknemers te beschermen. Het is niet letterlijk terug te vinden in de Pensioenwet, maar het is bij de behandeling van het wetsvoorstel voor de Pensioenwet wel uitgebreid in het parlement aan de orde geweest.

Als wij zo’n werkgever niet met terugwerkende kracht aansluiten en de bijbehorende premie vorderen, dan komt de pensioenopbouw van de werknemers ten laste van het collectief. Dat is natuurlijk slecht voor de financiële positie van PFZW en het draagvlak voor het collectief. Tegenover pensioenopbouw moeten wel premie-inkomsten (en rendement daarover) staan.

Werkgevers moeten allerlei wetgeving naleven, op het terrein van arbeidsomstandigheden, belasting en dus ook op het terrein van arbeidsvoorwaarden. Het besluit tot verplichtstelling van PFZW is een daad van materiële wetgeving. Werkgevers hebben daarom de plicht te onderzoeken of er een pensioenregeling voor hen geldt. Ook al is dit soms best ingewikkeld. Als een werkgever zich bij ons meldt, helpen wij de werkgever uit te zoeken of de verplichtstelling van toepassing is. Maar dan moeten zij zich wel eerst melden.

Ruime betalingsregeling

Voor werkgevers die met terugwerkende kracht bij ons moeten aansluiten, hebben wij de betalingsregeling aanzienlijk verruimd. Er gold eerst meestal een termijn van maximaal zes maanden. Nu geldt er een koppeling met de termijn van terugwerkende kracht. Zo mag een werkgever die met zes jaar terugwerkende kracht moet aansluiten er, onder voorwaarden, maximaal zes jaar over doen om de over die periode verschuldigde premie te betalen.

Vrijstelling

Ook de mogelijkheid van vrijstelling van verplichte aansluiting kan soms een oplossing zijn. Dit kan alleen als de werkgever een eigen pensioenregeling had in de periode dat de verplichtstelling van PFZW al van toepassing was.

Die eigen pensioenregeling moet dan wel gelijkwaardig zijn aan het pensioen van PFZW. Anders wordt er afbreuk gedaan aan het beginsel van ‘geen premie, wel recht’. De werknemers hebben namelijk over die hele periode recht op pensioen op het niveau van de PFZW-regeling.

Als de eigen pensioenregeling niet gelijkwaardig is, kan deze alsnog gelijkwaardig gemaakt worden. Dat voorkomt dubbele pensioenopbouw en is minder duur dan over de gehele periode met terugwerkende kracht aansluiten bij PFZW. Het gelijkwaardig maken kan bij de pensioenuitvoerder van die eigen pensioenregeling (vaak een verzekeraar). Maar sinds 2020 kan de eigen pensioenregeling ook bij PFZW gelijkwaardig gemaakt worden.