Aanleiding en doel van het wetsvoorstel

In het pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt om meer maatwerk mogelijk te maken in pensioen. Afgesproken is dat mensen meer keuzevrijheid krijgen bij de aanwending van hun pensioen, door het mogelijk te maken dat zij een deel van het pensioen kunnen opnemen als een eenmalige uitkering op de pensioeningangsdatum. Het wetsvoorstel werkt deze maatregel verder uit.

Het wetsvoorstel bevat ook een uitbreiding van de fiscale mogelijkheden voor het afbouwen van de loopbaan: verlofsparen en het tijdelijk buiten beschouwing mogen laten van de RVU-heffing bij vroegpensioen. Deze maatregelen treden per 1 januari 2021 in werking. 

Keuzemogelijkheid Bedrag ineens
Deelnemers mogen met het Bedrag ineens op de (vervroegde) ingangsdatum van het ouderdomspensioen een deel van de waarde van het opgebouwde ouderdomspensioen (maximaal 10%) als eenmalig bedrag opnemen. Deze nieuwe vorm van (gedeeltelijke) afkoop is een wettelijk recht van de deelnemer.

De wet verbindt geen verplicht bestedingsdoel aan de opname van het Bedrag ineens. De deelnemer is dus vrij in de besteding van het vrijgekomen kapitaal. Het is niet mogelijk om het kapitaal al vrij te laten komen op het moment dat het pensioen nog niet is ingegaan.

Vervolg
Het wetsvoorstel wordt nu behandeld in de Tweede Kamer. PFZW heeft nog een paar aandachtspunten als het gaat om het Bedrag ineens:

  • Het opnemen van een Bedrag ineens is niet mogelijk bij een hoog-laagconstructie. Bij PFZW (en andere pensioenfondsen) is het vervroegen van pensioen echter vormgegeven via de hoog-laagconstructie. Wij pleiten ervoor om deze specifieke combinatie wel mogelijk te maken. Anders kunnen deelnemers niet voor een eenmalig bedrag kiezen als ze hun pensioen vervroegen.
  • Deelnemers met recht op inkomensafhankelijke uitkeringen of subsidies kunnen deze (deels) verliezen bij opname van het Bedrag ineens. Door de opname stijgt namelijk het belastbaar inkomen in dat jaar. PFZW heeft berekend dat voor een modale PFZW-deelnemer met een aanvullend pensioen van € 400,- per maand, er tot wel 80% belasting wordt geheven op het Bedrag ineens. Dit maakt dat de opname van een Bedrag ineens niet voor iedereen interessant is.
  • De informatieplicht ligt bij de pensioenfondsen. PFZW moet haar deelnemers dus op zo’n manier informeren dat deelnemers vóór hun pensioeningangsdatum een weloverwogen keuze kunnen maken over het al dan niet gebruikmaken van dit keuzerecht. De aantrekkelijkheid van de opname van een Bedrag ineens verschilt per individuele situatie en de informatieplicht is dus een heuse uitdaging voor een pensioenfonds.

Via de Pensioenfederatie worden deze punten onder de aandacht gebracht van politiek Den Haag.