Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen

De wetgever heeft begin 2021 de regeling vervroegde uittreding (RVU) opnieuw onder de aandacht gebracht. Dat gebeurde door het invoeren van de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen. Deze wet biedt werkgevers een drempelvrijstelling voor de sanctieheffing RVU. Die geldt als zij  binnen een periode van 36 maanden vóór de AOW-leeftijd aan hun werknemer een bedrag meegeven tot maximaal € 1.767 per maand. Aanvullend is er nog de Maatwerkregeling Duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden. Deze regeling biedt werkgevers een tegemoetkoming in de kosten van een RVU, als de RVU onderdeel is van sectorafspraken over investeringen in duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden. De tegemoetkoming wordt verleend aan samenwerkingsverbanden van sociale partners op sectoraal niveau. Van daaruit wordt de subsidie doorgeleid aan werkgevers en organisaties binnen de sector. De combinatie van deze regelingen motiveert om afspraken te maken over uittredingsregelingen in de laatste drie jaren voor de pensioenleeftijd. En dit leidt dan tot vragen over vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw bij deelname aan dergelijke regelingen.

Vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw en bescherming bij verlof en werkloosheid
De voorwaarden voor pensioenopbouw over uitkeringen na ontslag zijn door de nieuwe regelingen in principe niet gewijzigd.

- Ontslag vóór de periode van drie jaar voorafgaand aan de pensioenleeftijd
Na ontslag bouwt de deelnemer geen pensioen meer op. Wel kan de deelnemer de pensioenopbouw maximaal drie jaar, maar tot uiterlijk de pensioenleeftijd vrijwillig voortzetten, als:

  • de deelnemer geen salaris ontvangt waarover hij pensioen opbouwt, en
  • de vrijwillige voortzetting niet begint in de periode van 3 jaar voorafgaand aan de pensioenleeftijd

Ontvangt de deelnemer in deze periode een WW-, wachtgeld- of ziektewetuitkering? Dan vindt premievrije pensioenopbouw plaats voor de gevolgen van overlijden en arbeidsongeschiktheid (bescherming bij verlof en werkloosheid)

Ontslag binnen de periode van drie jaar voorafgaand aan de pensioenleeftijd
Na ontslag binnen een periode van drie jaar voorafgaand aan de pensioenleeftijd, kan onder de volgende voorwaarden wel vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw plaatsvinden. 

De deelnemer:

  • ontvangt na gedwongen ontslag een loongerelateerde uitkering van ten minste 70% van het minimumloon (bijvoorbeeld een WW-uitkering, ziektewetuitkering of een wachtgelduitkering), of
  • heeft inkomsten uit tegenwoordige arbeid zonder pensioenopbouw (bijvoorbeeld inkomen verdiend als  zelfstandige), of
  • kan om medische redenen niet (meer) werken

Fiscale goedkeuring
PFZW kan niet altijd goed bepalen of een RVU aan alle voorwaarden voor vrijwillige voortzetting voldoet. Om die reden vragen wij bij twijfel om een goedkeuring van de Belastingdienst waaruit blijkt dat de uitkeringen uit een RVU, of als loongerelateerde uitkering na gedwongen ontslag wordt gezien. Of waaruit blijkt dat de deelnemer om medische redenen niet langer kan doorwerken. Wordt niet aan de voorwaarden voldaan dan kan de Belastingdienst stellen dat een fiscaal bovenmatig pensioen wordt opgebouwd en de volledige pensioenaanspraak belasten.