Waarom een nieuw pensioenstelsel?

De demografie, economie en arbeidsmarkt zijn anders dan vroeger. Mensen werken niet meer hun hele leven bij één werkgever, maar veranderen vaker van baan of gaan ondernemen. Mensen worden steeds ouder. Er zijn minder werkenden ten opzichte van gepensioneerden.

Het is belangrijk dat het pensioenstelsel hierop aansluit. Het huidige pensioenstelsel werkt niet goed bij deze nieuwe omstandigheden. Daarom heeft het kabinet samen met werknemers- en werkgeversorganisaties vorig jaar een pensioenakkoord gesloten. Daarin staan nieuwe afspraken over pensioenen en AOW. Die moeten het pensioenstelsel transparanter, persoonlijker en moderner maken.

Wat gaat veranderen?

De afspraken uit het pensioenakkoord hebben tot gevolg dat alle bestaande pensioenregelingen moeten worden aangepast. Na de transitie hebben we: 

  • een transparanter en persoonlijker pensioen
  • een duidelijkere relatie tussen premie-inleg en eigen pensioen
  • afscheid genomen van dekkingsgraad en rekenrente
  • eerder perspectief op ‘indexeren’ omdat het pensioen logischer gaat meebewegen met de economie: eerder omhoog als het goed gaat, maar ook eerder omlaag als het economisch slechter gaat
  • een beter nabestaandenpensioen
  • een extra keuzerecht voor iedereen bij het ingaan van het pensioen, het bedrag ineens

Wat blijft behouden?

In het nieuwe pensioenstelsel blijven de sterke punten uit het huidige stelsel behouden: pensioen zolang iemand leeft, collectiviteit, solidariteit en de verplichtstelling. Werkgevers en werknemers blijven de pensioenregeling samen afspreken. De pensioenfondsen blijven de pensioenregelingen collectief uitvoeren en de premie collectief beleggen. En de risico’s en kosten blijven we samen delen.