Een lange reis

19-03-2026 | We zijn begonnen met het versturen van de tweede berekeningen van de nieuwe pensioenen. De komende tien weken ontvangen alle deelnemers, oud-deelnemers en mensen die een uitkering ontvangen dit persoonlijk overzicht. En op 23 maart betalen we ook de eerste verhoogde pensioenuitkeringen uit. Een belangrijke mijlpaal en een mooi moment om even terug te blikken op een lange reis. In een extra lange Kijk. 

Die jarenlange reis op weg naar onze nieuwe pensioenregeling begon al zó lang geleden, dat het goed is om even op te frissen waarom we er in Nederland aan zijn begonnen. Waarom het beste pensioenstelsel ter wereld zo grondig verbouwen? Ons stelsel is zo goed, juist omdat we het steeds wanneer het nodig was wisten aan te passen aan veranderende omstandigheden. We gingen van eindloon naar middelloon, we schaften VUT en prepensioen af, het nieuw Financieel Toetsingskader werd geïntroduceerd en de AOW-leeftijd ging omhoog. Het waren grote veranderingen die steeds niet zonder slag of stoot gingen. Maar nodig waren ze. Om verschillende redenen. 

We leven langer

Allereerst: we leven steeds langer. Toen de AOW er kwam, in 1957, was de resterende levensverwachting voor een 65-jarige zo’n 14 jaar. Inmiddels is dat ruim 30% hoger; 20 jaar. Het is duidelijk dat dit de AOW en de aanvullende pensioenen onbetaalbaar dreigde te maken. Overigens is dat ook een belangrijke sterkte van ons stelsel, door de ingebouwde solidariteit is iedereen beschermd tegen dit zogenoemde ‘langlevenrisico’: je krijgt een pensioen zo lang je leeft. Al word je 120 jaar oud. Die bescherming is ook in het nieuwe pensioenstelsel weer ingebouwd.

Dubbele vergrijzing

Die dreigende onbetaalbaarheid wordt versterkt - en was een tweede reden voor de eerdere verbouwingen - door de dubbele vergrijzing. Er komen steeds meer ouderen (die dus ook steeds ouder worden) ten opzichte van het aantal mensen dat nog werkt. Een wat hogere premie voor pensioen en AOW is dan niet langer voldoende om de betaalbaarheid van AOW en pensioen overeind te houden. En los daarvan, een hogere pensioenpremie dan vandaag geheven wordt is voor veel werknemers en organisaties niet of nauwelijks nog te dragen. Bij PFZW is die premie nu bijvoorbeeld 25,9% van de pensioengrondslag. Dat is het hoogste niveau in vele jaren. Dat betekent dat nu, nog meer dan vroeger, een goed pensioen alleen bereikt kan worden door goed te beleggen, en dus een gepast risico te nemen, want met de premie-inleg alleen kom je er nooit. Zo’n 60% van de pensioenen betalen we uit de rendementen. 

Een veranderende arbeidsmarkt

De eerdere verbouwingen hebben ons pensioenstelsel robuuster gemaakt dan enig ander stelsel ter wereld. Voor zo’n verbouwing was het ook nu weer hoog tijd. Want ook de afgelopen jaren zijn er veranderende omstandigheden die dat nodig maken. Om te beginnen is de arbeidsmarkt de afgelopen decennia sterk veranderd, maar liep ons pensioenstelsel daar nog mee uit de pas. We werken lang niet meer altijd een leven lang voor dezelfde baas of in dezelfde sector en we wisselen steeds vaker werken als zelfstandige af met werken in loondienst of een tijdje vrij. Het oude systeem, waarbij jongeren te veel betaalden voor hun pensioen en ouderen te weinig, werkte daardoor niet meer goed. Hoogste tijd om die zogenoemde doorsneesystematiek af te schaffen dus.

Financiële crises

Een tweede ontwikkeling die om verandering vroeg, komt voort uit een aaneenschakeling van financiële crises. De internetbubbel van 2000, de financiële crisis van 2008, de Eurocrisis, de Covid-schok en de invasie van Rusland in Oekraïne: het waren stuk voor stuk gebeurtenissen die lieten zien dat het oude stelsel niet alleen onder druk stond, maar structureel piepte en kraakte. Dat werd vooral duidelijk door de jaren van extreem lage en zelfs negatieve rente, die zorgde voor langdurig bevroren pensioenen en bij een aantal fondsen zelfs verlagingen. Zo ver is het bij PFZW gelukkig nooit gekomen, maar veel scheelde het niet. 

Een hoger pensioen, en tóch beter beschermd

Laat ik eerst een hand in eigen boezem steken, of beter gezegd in de boezem van de pensioensector als geheel. Eén van de hoofdboodschappen die we als sector nu al een hele tijd – en nog steeds – afgeven over het nieuwe stelsel is: 'Uw pensioen gaat meer meebewegen met de economie.' Ik vind dat een weinig gelukkige boodschap, die geen juist beeld geeft en tot onnodige zorgen leidt.

Want in het nieuwe stelsel werken we veel preciezer dan voorheen. We beleggen meer op maat voor jong en oud. En we beschermen de pensioenuitkeringen meer op maat. Daardoor kunnen we het beste van drie werelden combineren. Ten eerste: meer beleggingsrisico voor wie nog jong is, met een bijpassend hoger verwacht rendement. Ten tweede: een betere bescherming voor wie al met pensioen is, met een kleinere kans op een verlaging. En ten derde zijn er door de preciezere aanpak minder buffers nodig. En minder buffers betekent dat er meer geld naar pensioen kan. Ik loop de drie punten nog even kort langs. 

Meer beleggingsrisico voor jongere deelnemers, minder voor ouderen

Voor jongere deelnemers nemen we in de nieuwe regeling duidelijk meer beleggingsrisico dan voorheen. Daardoor kan hun persoonlijke pensioenvermogen beter en sneller groeien. En zeker voor wie jong is, tikt dat extra hard aan, door de lange beleggingshorizon. Dat betekent dus een naar verwachting duidelijk hoger pensioen. De keerzijde is wel, dat het pensioenvermogen en dus het te verwachten pensioen van deze groep meer meebeweegt met de economie. De ongelukkige boodschap waar ik het net over had, slaat dus vooral op deze groep. En niet op andere groepen.

Want voor wie dichter bij de pensioendatum komt, vanaf vijftig jaar, schroeven we het beleggingsrisico stapje voor stapje terug. Daardoor gaat het vermogen en het verwachte pensioen jaar op jaar minder schommelen. Dus: hoe dichterbij je pensioen, hoe meer duidelijkheid over wat je kan verwachten. 

Extra bescherming voor gepensioneerden

Wie eenmaal met pensioen is, beschermen we nog eens extra. Behalve dat we voor gepensioneerden voorzichtiger beleggen, spreiden het behaalde rendement, positief of negatief, over drie jaar om de schokken verder te dempen. Dat doen we overigens voor iedereen, dus niet alleen voor gepensioneerden. Tot slot hebben we een speciale reserve die, naast bescherming tegen het langlevenrisico, vooral bestemd is voor het beschermen van de uitkeringen tegen een verlaging in slechte tijden. In goede tijden vullen we de reserve, in slechte tijden zetten we hem in. Doordat deze zogenoemde solidariteitsreserve zo gericht wordt ingezet, kan deze veel kleiner zijn dan de buffers in het oude stelsel. En een kleinere buffer, betekent weer dat de pensioenen eerder kunnen groeien dan voorheen.

De kans dat je pensioeninkomen nu daalt als het slecht gaat met de economie, wordt door de inzet van de solidariteitsreserve kleiner in plaats van groter, maar natuurlijk niet nul. Toch is dat een heel ander verhaal dan dat we overgeleverd zijn aan de grillen van de beurs. En eerlijk is eerlijk: ook in het nieuwe stelsel kunnen we een verlaging van de pensioenen nooit helemaal uitsluiten. Dat was zo, en dat blijft zo. En er is nóg een keerzijde van de medaille: voorzichtig beleggen voor gepensioneerden betekent ook dat de jaarlijkse verhoging van de uitkering naar verwachting beperkter is dan wanneer we meer beleggingsrisico zouden nemen. Er is dus een uitruil tussen stabiliteit van de uitkering en een verhoging van de uitkering. Zo stabiel mogelijk én zo hoog mogelijk gaat niet samen.  

Een belangrijke stap vooruit

Het mag duidelijk zijn dat ik ervan overtuigd ben dat het nieuwe stelsel een belangrijke stap vooruit is op weg naar een toekomstbestendig pensioen. Het is ook duidelijk dat het draagvlak daarvoor nog allerminst vanzelfsprekend is. Zoals in zoveel facetten van de samenleving strijden desinformatie en mythes om voorrang met feiten en cijfers. Daar is voor ons allemaal werk aan de winkel. We moeten de zin van de onzin blijven scheiden. Met feiten, met aandacht voor de zorgen die er zijn, én met duidelijkheid over hoe we met die zorgen omgaan. Dan kan dit nieuwe stelsel er weer een tijdje tegen. Want grote verbouwingen zijn soms broodnodig, maar liever niet te vaak. 

Joanne Kellermann
Voorzitter bestuur PFZW

Ook in Kellermanns Kijk