In gesprek met: Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn
Sinds de start in 1986 bekommert de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn zich om het wel en wee van Nederlandse hobby- en gezelschapsdieren. Jaarlijks voeren de 25 inspecteurs ‘in het veld’ zo’n 16.000 controles uit. Hoofd van de dienst en voormalig politiecommissaris Marc Jacobs staat na 7 jaar bij de inspectiedienst aan de vooravond van zijn pensioen, maar voelt nog onverminderd de verantwoordelijkheid voor het welzijn van zowel de dieren als zijn inspecteurs. 'Ik heb protocollen verzonnen en geprobeerd sturing te geven, maar mijn conclusie is dat je in dit werk zoveel mogelijk moet overlaten aan de inschatting van de inspecteur.'
Wat maakt jullie als werkgever zo speciaal?
'Onze medewerkers redden elke dag dieren uit de meest vreselijke omstandigheden. Dat geeft veel voldoening en zin aan je leven. De inspecteurs voeren zelf de regie over hun werk. Op wat kaders en formulieren na hebben ze nauwelijks last van bemoeizuchtige managers. Je maakt je eigen routine, bepaalt zelf wie je het eerst bezoekt en welke maatregel je oplegt. Eén van de grootste voorwaarden voor werkgeluk is dat je zelf kunt besluiten over hoe en wat je in je werk doet. Mensen die dit aankunnen, zijn blij en gelukkig dat ze dit mogen doen.'
'Er is ook geen dag hetzelfde, hoewel er natuurlijk wel patronen zijn die we steeds terugzien. Onze inspecteurs komen elke dag opnieuw achter voordeuren waarvan je niet weet wat er zich daarachter afspeelt. De meldingen waar we op af moeten, dat zijn vaak… Een inspecteur noemde ze met enige ironie: ‘de parels van de samenleving’. Meestal spelen er meer problemen. Diepe schulden, huiselijk geweld, verwaarlozing. Vaak hangt er een cameraatje bij de deur, want ze zijn gewend aan ongewenst bezoek. Als de deur al opengaat, zie je eerst ontkenning, dan agressie en vervolgens komt de vraag: 'Wie heeft dat gemeld?!' Ze kijken langs de inspecteur de straat in of er ergens buren achter de gordijnen staan te loeren.'
'Ik herinner me een zaak met een paardenstal die twee jaar lang niet open was geweest. Daar stonden acht paarden letterlijk tot hun buik in hun eigen mest.' - Marc Jacobs
Wat moeten we ons voorstellen bij een bezoek van de inspectiedienst?
'Ik ga af en toe mee met een inspecteur. Wat we aantreffen gaat je voorstellingsvermogen soms te boven. Een geur van schimmel en ammoniak die bijna letterlijk te snijden is. Een gang als een soort hindernisbaan van kratten bier en uitwerpselen. Een woonkamer volgestapeld met kooien, overal aangekoekt vuil. Regelmatig vinden we een hond in zijn eigen stront, een parkiet die crepeert in een te kleine kooi, of een aquarium dat zo zwart ziet dat je alleen kunt raden of daarbinnen nog iets leeft. Een enkele keer kruipt er ergens zelfs een baby door de poep.'
'Ik herinner me een zaak met een paardenstal die twee jaar lang niet open was geweest. Daar stonden acht paarden letterlijk tot hun buik in hun eigen mest. Ze waren er zo slecht aan toe dat er een paar niet meer te redden waren. De eigenaar was een tiran; niemand in het gezin mocht er iets van zeggen. En dan zijn er de malafide broodfokkers. Honden die gefokt worden op kaal beton in oude varkenshokken. Soms treffen we dieren die zo uitgeput, schuw en verwaarloosd zijn dat ze ter plekke geëuthanaseerd moeten worden. Om in zulke omstandigheden verbinding te kunnen maken met mensen, moeten onze inspecteurs halve psychologen zijn, want dat is de enige manier om het welzijn van de dieren te verbeteren.'
'Hoe vaardig onze mensen ook zijn; een goed gesprek zit er soms helaas niet in. Als buitengewoon opsporingsambtenaar kunnen ze dan een proces-verbaal uitschrijven, want verwaarlozing is strafbaar volgens de Wet dieren. Maar met een boete is het dier niet geholpen. Daarom passen we liever bestuursrecht toe. Daarmee kunnen we afdwingen dat de woning wordt schoongemaakt, de hond naar de dierenarts gaat en dat de stallen worden uitgemest en opgeknapt. Doen ze dat niet, dan schakelen we bedrijven in die het voor hen doen. De eigenaar moet dan wel de kosten betalen. Dat is veruit de succesvolste aanpak, omdat het welzijn van het dier daarmee direct verbetert. In het uiterste geval halen we de dieren weg. Dat gebeurt in overleg met het Openbaar Ministerie, of de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Zij hebben gespecialiseerde opvang voor paarden, honden, reptielen, alles. Als de eigenaar beterschap toont, is er een kleine kans dat hij het dier via de rechter of tegen betaling van de kosten kan terugkrijgen.'
Hoe is het gesteld met de motivatie en fitheid van jullie medewerkers?
'We investeren in de vitaliteit van onze mensen. Bijvoorbeeld met het zogenaamde Duurzame Inzetbaarheid-budget. Een bedrag per jaar dat elke medewerker naar eigen inzicht mag uitgeven aan zijn of haar eigen fitheid. Een abonnement op de sportschool, yoga- of tennisles, maar je kunt bijvoorbeeld ook naar de schouwburg gaan of een bibliotheekpas nemen als dat je helpt om mentaal fit te blijven. Dat neemt helaas niet weg dat we soms ook te maken hebben met langdurig verzuim, maar dat heeft voornamelijk niet-werkgerelateerde oorzaken. Dan gaat het bijvoorbeeld om ingrijpende gebeurtenissen in de privésfeer. Een organisatie van onze omvang moet er alles aan doen om dat risico te minimaliseren. Dat doen we – voor zover mogelijk – met een zeer zorgvuldige selectie aan de poort. Wij werven meestal kandidaten met ervaring bij politie, douane of justitie. Door hun achtergrond beschikken zij over een grote mentale weerbaarheid. Zonder uitzondering hebben ze een intrinsieke motivatie voor dierenwelzijn. Die combinatie zorgt ervoor dat ze beter toegerust zijn voor de fysieke en psychische belasting van het inspectiewerk.'
Hoe voorkom je dat mensen bezwijken als hun dagelijks werk zo aangrijpend is?
'Dat is mijn grootste zorg, zodanig zelfs dat ik er soms buikpijn van heb. Agressie, scheldkanonnades en zelfs doodsbedreigingen komen voor. In die omstandigheden moet je volledig alert zijn tijdens een inspectie: waar ben ik, waar is de ander, waar is mijn vluchtweg? Je moet je altijd zo positioneren dat je niet kunt worden ingesloten en dat je auto zo geparkeerd staat dat je direct weg kunt rijden.'
'Inspecteurs als duo op pad sturen lijkt dan een logische keuze, maar dat werkt contraproductief. Mensen gaan direct in het defensief als ze twee opsporingsbeambten aan de deur krijgen. Een enkele inspecteur kan de noodzakelijke verbinding veel beter leggen, zodat we bereiken waarvoor we komen: dierenwelzijn. Maar de kwetsbaarheid van inspecteurs blijft een dilemma. Ze wonen en werken in hun eigen regio, vanuit huis. Er is dus een risico dat ze op straat herkend worden door mensen die ze eerder hebben geverbaliseerd. Gelukkig loopt het hoogstzelden uit op fysiek geweld. Inspecteurs riskeren hun eigen leven niet. Ze voelen perfect aan wanneer escalatie dreigt. Dan doen ze een stap terug en komen later terug met de politie.'
'Ernstige zaken melden ze altijd bij het Team Collegiale Opvang. De teamleden zijn speciaal opgeleid om begeleiding te bieden. Zij bellen altijd met collega’s die wat ingrijpends hebben meegemaakt. Daarnaast werken we ook met een onafhankelijke psycholoog voor zogenaamde mental checkups. Die gesprekken mogen over alles gaan: de thuissituatie, de werksituatie of de relatie met collega's, alles wat van invloed kan zijn op het mentale welzijn van onze medewerkers. Onze coördinerend inspecteurs onderhouden het contact via het wekelijkse operationeel overleg. Daar houden we de vinger aan de pols – hoe het met iedereen gaat, niet alleen op het werk maar ook privésituatie. Faciliteren, in gesprek blijven, oog en oor hebben voor iedereen, daar gaat het om.'