tips

Meer inclusiviteit op de werkvloer? Zo help jij mee

Collega's achter computer

Hoe zorg je er samen voor dat collega’s en patiënten van alle achtergronden niet alleen gezien en gehoord worden, maar ook echt betrokken worden en een stem hebben? Met kleine veranderingen in je gedrag en taal maak je al verschil. We geven je 5 tips voor een inclusievere werkomgeving.

Wat is een inclusieve werkomgeving?

Inclusiviteit houdt in dat alle medewerkers en patiënten zich gewaardeerd, gerespecteerd en betrokken voelen. Ongeacht hun leeftijd, functie, geslacht of herkomst. 

Tip 1. Begin bij jezelf

Inclusiever werken begint bij jezelf. Stop je mensen soms onbewust in een hokje? Of merk je dat je soms snel een oordeel klaar hebt? Dat is heel normaal. Je brein wil snel overzicht en vult soms dingen voor je in. Sta daarom vaker stil bij je eigen reactie, tipt antidiscriminatieplatform RADAR ook. Stel jezelf af en toe een paar vragen: wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Wat heb ik meegekregen? En wat vind ik belangrijk? Als je dat beter weet, blijf je makkelijker open voor mensen die anders denken of leven dan jij. Dat maakt samenwerken rustiger en fijner.

Tip 2. Omarm verschillen op de werkvloer

Verschillen in je team zijn waardevol. Mensen met andere achtergronden en ervaringen kijken anders naar dezelfde situatie. Daardoor zie je samen sneller oplossingen die je alleen misschien over het hoofd ziet. Onderzoek (onder andere van McKinsey en Vilans) laat zien dat diverse teams vaak creatiever zijn dan minder diverse teams. Dat begint klein. Vul niet meteen in wat de ander bedoelt. Wees nieuwsgierig en vraag door. Bijvoorbeeld: ‘Wat zie jij dat ik nog niet zie?’ Of om te verduidelijken: ‘Wat bedoel je precies?’

Twee collega's stellen zich aan elkaar voor

Tip 3. Toon interesse in elkaar

Interesse tonen klinkt groot, maar het zit juist in kleine dingen. Stel een korte vraag. Luister even, zonder meteen met een oplossing te komen. En vraag door als iemand twijfelt. Kennisplatform Zorg voor Beter raadt een persoonsgerichte aanpak aan. Dat werkt bij cliënten én bij collega’s. Eén oprechte vraag kan al helpen: dan voelt iemand zich gezien. Zo blijf je nieuwsgierig en vul je minder snel iets in voor een ander. Daarmee voorkom je kleine momenten van buitensluiten op de werkvloer en is er ruimte voor meerdere perspectieven. En zo versterk je de band met je hele team.

Tip 4. Gebruik inclusieve taal

Met je woorden kun je iemand uitnodigen om iets te delen. Maar je kunt ook per ongeluk het gevoel geven dat iemand er niet bij hoort. Vooral bij onderwerpen zoals relaties, gender of je thuissituatie maak je snel een aanname. In zorg en welzijn wil je dat mensen zich veilig voelen om iets te vertellen. Ook bij cliënten. Laat daarom merken dat alles besproken mag worden. En gebruik neutrale woorden. Zeg bijvoorbeeld partner in plaats van man/vrouw. Of vraag: ‘Woon je met iemand?’ In plaats van: ‘Woon je met je man?’ Zo laat je de ander zelf het verhaal vertellen. Meer leren? De Radboud Universiteit heeft een gids met tips voor inclusief taalgebruik. Of kijk op het platform Komt een mens bij de dokter voor uitleg en een handige toolkit.

Verzorger loopt arm in arm met client

Tip 5. Blijf er niet mee zitten

Heb je het idee dat jij of iemand anders op het werk wordt gediscrimineerd? Meld dit bij de vertrouwenspersoon van je werkgever. Als je daarmee niet verder komt, kun je het melden bij een antidiscriminatiebureau. De medewerkers zoeken dan samen met jou naar een oplossing. 

Hoe ga je om met patiënten of cliënten die jou discrimineren?

Als een patiënt of cliënt nare opmerkingen maakt over je huidskleur of je hoofddoek, wat doe je dan? Onderzoeker en adviseur Diversiteit & Inclusie Hanan Nhass geeft een paar praktische tips.

Lees meer
Wil je een mening geven? Sta dan analytische cookies toe.
Voorkeur aanpassen