Want samen delen we de kosten en de risico’s. Daar komt bij dat de Nederlandse pensioenfondsen niet werken met een winstdoelstelling. Ze hebben als enig doel het realiseren van een goed en betaalbaar pensioen voor hun deelnemers. Op deze manier is het uiteindelijke pensioen dat een deelnemer bij PFZW ontvangt gemiddeld 2 tot 3 keer hoger dan het bedrag dat hij/zij aan pensioenpremie heeft betaald. 

PFZW heeft nog nooit zoveel geld in kas gehad als nu (ruim 200 miljard euro) en het gemiddelde rendement op de beleggingen in de afgelopen 10 jaar was 8,6%. Toch is er een grote kans dat PFZW de pensioenen in 2020 moet verlagen. Waarom?

​De dekkingsgraad is bepalend

De financiële gezondheid van een pensioenfonds wordt weergegeven met de dekkingsgraad. De dekkingsgraad laat de verhouding zien tussen het vermogen van PFZW aan de ene kant en alle pensioenverplichtingen aan de andere kant. Met de pensioenverplichtingen bedoelen we het vermogen dat pensioenfondsen nodig hebben om de opgebouwde pensioenen in de verre toekomst uit te betalen.

Rekenrente

Even een stukje techniek voor de liefhebbers: bij het berekenen van deze pensioenverplichtingen houdt een pensioenfonds er rekening mee dat het aanwezige vermogen nog verder aangroeit met rente over het vermogen. Dat is niet zo gek als het misschien lijkt. In de praktijk wordt het vermogen immers belegd en groeit het vermogen omdat PFZW rendement behaalt op de beleggingen. De rente waarmee pensioenfondsen moeten rekenen noemen we de rekenrente. De rekenrente wordt voorgeschreven door de Nederlandsche Bank en is op dit moment erg laag. Dat betekent dat een fonds nu meer vermogen moet hebben om aan de verplichtingen in de toekomst te voldoen dan als de rente hoger is. 

In de onderstaande formule stijgt het benodigde bedragop dit moment harder dan PFZW kan goedmaken met rendement en premie: 

Dekkingsgraad = (€ aanwezig vermogen (premie en rendement) / € benodigd vermogen (pensioenverplichtingen)) x 100 %

Actuele dekkingsgraad en beleidsdekkingsgraad

Bij een dekkingsgraad van 100% heeft PFZW precies evenveel vermogen als de waarde van het pensioen dat we nu en in de toekomst moeten betalen. De verhouding van het aanwezige vermogen ten opzichte van het benodigde vermogen wordt de actuele dekkingsgraad genoemd. Het gemiddelde van de actuele dekkingsgraden van de afgelopen 12 maanden wordt de beleidsdekkingsgraad genoemd. Pensioenfondsen moeten de beleidsdekkingsgraad en de actuele dekkingsgraad gebruiken bij het nemen van besluiten, bijvoorbeeld over het al dan niet verlagen van de pensioenen.

Eind augustus was de beleidsdekkingsgraad 98,2% en de actuele dekkingsgraad 89,8%. De actuele dekkingsgraad is in de afgelopen jaren fors gedaald, ondanks het positieve gemiddelde rendement van PFZW. Dit komt doordat de rekenrente de afgelopen jaren fors is gedaald en zich op een historisch laag niveau bevindt. In feite konden de positieve rendementen de gedaalde rekenrente niet bijhouden.

Wettelijke verplichting om een reserve aan te houden

Pensioenfondsen zijn wettelijk verplicht om een reserve aan te houden. Die reserve is bedoeld om tegenvallers en moeilijke economische omstandigheden op te kunnen vangen. PFZW is volgens de spelregels (die gelden vanaf eind 2018) financieel gezond genoeg bij een dekkingsgraad van ruim 124%.

Regels voor verlagen van de pensioenen

PFZW moet de pensioenen verlagen als de actuele dekkingsgraad aan het einde van het jaar onder 94% ligt. De actuele dekkingsgraad van PFZW schommelt op dit moment rond 90%. Concreet betekent dit dat PFZW verwacht dat het begin volgend jaar een pensioenverlaging moet aankondigen als de huidige actuele dekkingsgraad niet sterk verbetert tot eind 2019.  

Daarnaast moet PFZW wettelijk minimaal een beleidsdekkingsgraad van 104,3% hebben. Daarvoor moet de actuele dekkingsgraad 12 maanden lang gemiddeld boven de grens van 104,3% zijn. Het is niet toegestaan om daar langer dan 5 jaar aaneengesloten onder te zitten. Als dat toch gebeurt, moet PFZW de pensioenen ook verlagen. Dat is voor PFZW mogelijk eind 2020 het geval. In het pensioenakkoord tussen sociale partners en de overheid is echter voorgesteld dat een verlaging niet nodig is als de actuele dekkingsgraad ten minste 100% bedraagt. Dit is nog niet wettelijk vastgelegd. Als de actuele dekkingsgraad eind 2020 lager is dan 100%, moet PFZW de pensioenen in 2021 mogelijk wederom verlagen. 

Dat betekent dus dat er in 2020 een verlaging dreigt op basis van de actuele dekkingsgraad en dat we in 2021 opnieuw verlagingen kunnen verwachten op basis van de beleidsdekkingsgraad en het niveau van de actuele dekkingsgraad. 
Daarnaast heeft PFZW in het beleid opgenomen dat het de premie met maximaal 2,5% verhoogt als er sprake is van een verlaging.

Hoe werkt een verlaging volgend jaar?

Heeft PFZW bijvoorbeeld eind 2019 een actuele dekkingsgraad van 90%, dan moet PFZW de pensioenen volgend jaar verlagen met 4% (minimale actuele dekkingsgraad minus 90%. Het bestuur kan ervoor kiezen om deze verlaging te verdelen over maximaal 10 jaar. Of dat gebeurt, besluit het bestuur zodra bekend is of de pensioenen verlaagd moeten worden. Ligt de actuele dekkingsgraad eind 2020 op 94% of hoger? Dan is op grond hiervan geen verlaging meer nodig.

Hoe werkt een verlaging in 2021?

Heeft PFZW vervolgens eind 2020 een actuele dekkingsgraad van bijvoorbeeld 95%, dan is dit 5% lager dan vereist (minimale beleidsdekkingsgraad van 100% minus 95%). PFZW heeft dan de keuze om alle opgebouwde pensioenen in één keer met 5% te verlagen of de verlaging te spreiden. Met een gespreide verlaging mag PFZW niet tussentijds stoppen, ook al gaat het financieel beter. Als we de pensioenen met 5% moeten verlagen, betekent dit bij een pensioen van € 1.000,- bruto per maand een verlaging van totaal € 50,- bruto per maand.

Pensioenverlagingen onderwerp in de politiek

Pensioenfondsen zitten lelijk in de knel. De al jarenlang lage rente is de afgelopen maanden nog eens extra hard onderuitgegaan. Alle politieke partijen in de Tweede Kamer vinden de situatie waarin de Nederlandse pensioenfondsen zitten zorgelijk én uitzonderlijk. Ze zijn niet per se tegen pensioenverlagingen, maar wel tegen onnodige pensioenverlagingen. Minister Koolmees heeft toegezegd in gesprek te willen met de pensioensector om te kijken of deze onnodige verlagingen toch kunnen worden voorkomen. PFZW gaat dit gesprek natuurlijk heel graag aan.