Waarom starten medewerkers (opnieuw) met een baan in de sector zorg en welzijn? En hoe kijken ze na een paar maanden tegen hun werk aan? Deze vragen stonden centraal in een recent onderzoek van PFZW en ledenorganisatie PGGM&Co onder ruim 3.500 nieuwe medewerkers in de sector. De arbeidskrapte in de sector is groot en wordt de komende jaren alleen maar groter. Daarom is het belangrijk om de instromende medewerkers zoveel mogelijk te binden voor de langere termijn.

Hoge betrokkenheid
Nieuwe medewerkers die tussen de drie en negen maanden geleden zijn begonnen en herintreders die vijf jaar niet in de sector hebben gewerkt ontvingen de volgende vragen:

  • Waarom heeft u voor deze baan gekozen?
  • Wat is tot nu toe goed bevallen en wat minder goed?
  • Hoe tevreden bent u over het dienstverband en aantal gewerkte uren per week?

Met een responspercentage van 20% was de bereidheid om deel te nemen aan het onderzoek groot. Het overgrote deel van de nieuwe medewerkers is sterk gemotiveerd om dit werk te doen. De belangrijkste redenen die worden genoemd zijn de inhoud van het werk, het contact met cliënten en de voldoening om zinvol werk te leveren.

De nieuwe baan krijgt een 8
Vrijwel alle intreders zijn tevreden over het werk bij de nieuwe werkgever. Gemiddeld geven zij hun werk een 8. In de helft van de gevallen bevalt het werk zelfs beter dan verwacht. De redenen om in te stromen blijken ook de aspecten die tot nu toe goed bevallen. Daarnaast worden het contact met collega’s en de werksfeer als positief ervaren. De overgrote meerderheid geeft aan goed in staat te zijn om het werk vol te houden en dat de werkgever er voldoende aan doet om dit mogelijk te maken. Wanneer men minder tevreden is, heeft dit vooral te maken met organisatorische zaken: het inkomen, hoge werkdruk, de hoeveelheid administratie, te weinig uren en de organisatie.

Vooral parttimers willen meer uren werken
Het onderzoek bevestigt het beeld dat de sector wordt bevolkt door parttimers. De helft van de nieuwe medewerkers heeft een tijdelijk dienstverband en werkt in deeltijd. Voor wie minder dan 30 uur per week werkt, is de balans tussen werk en privé de voornaamste achterliggende reden. Toch wil een derde van de ondervraagden meer uren werken. Een deel daarvan geeft aan dat het niet mogelijk is vanuit de werkgever, het rooster het niet toelaat en het vanuit de werkgever nooit is gevraagd. Voor werkgevers met een krappe bezetting en veel parttimers lijkt hier al winst te behalen door het gewoon te vragen en roosters iets aan te passen. 

Geen plannen voor vertrek
De grote tevredenheid blijkt ook uit de plannen voor de toekomst. De meerderheid verwacht de komende vijf jaar of langer bij de huidige werkgever te blijven werken. Eén op de acht wil op korte termijn stoppen.

Onder het kleine aandeel dat aangeeft binnen twee jaar te stoppen bij de huidige werkgever, verwacht de meerderheid hierna wel hetzelfde werk te gaan doen en/of binnen de sector te blijven werken. Uitstroomredenen hebben te maken met de inhoud van het werk, het inkomen, doorgroeimogelijkheden en het management/de organisatie. Voor organisaties liggen er dus kansen om laatstgenoemde punten te verbeteren.