Partner- en wezenpensioen in de nieuwe regeling

06-01-2026 | De regels voor nabestaandenpensioen zijn vereenvoudigd. Zo is er al een dekking tegen het risico van overlijden vanaf de eerste dag waarop de deelneming aanvangt. En de looptijd van het wezenpensioen is verlengd van de 21-ste tot de 25-jarige leeftijd van de kinderen. Net als bij het ouderdomspensioen gaan de nabestaandenuitkeringen voortaan meebewegen met de economie en onze resultaten. 

Bij overlijden voorafgaand aan de pensioeningangsdatum is een partnerpensioen op risicobasis verzekerd. Dat betekent dat de deelnemer ten behoeve van de partner en/of kinderen geen partner- of wezenpensioen opbouwt, maar verzekerd is tegen het overlijdensrisico zolang er premie wordt betaald.

  • Overlijdt de deelnemer terwijl hij/zij nog werkt? Dan krijgen de partner en/of eventuele kinderen (onder de 25) een uitkering van 40% en/of 20% van het pensioengevend salaris, rekening houdend met de deeltijdfactor. 
  • Bij overlijden na pensionering is het als volgt geregeld: bij pensionering kan de deelnemer (net als nu) kiezen welk deel daarvan onderdeel wordt van een uitkering voor de partner. Standaard is dit 70% van het ouderdomspensioen. Het wezenpensioen is bij overlijden na pensionering 20% van het ingegane ouderdomspensioen.
  • Overlijdt de deelnemer binnen 6 maanden na einde deelneming en was er geen sprake van een aansluitende nieuwe baan? Dan zijn de partner en/of eventuele kinderen onder voorwaarden alsnog verzekerd van een partnerpensioen en/of wezenpensioen. Bij einde deelneming kan de deelnemer er ten slotte soms voor kiezen de verzekering voor de partner en/of kinderen te verlengen.
  • Heeft de deelnemer wel aansluitend een nieuwe baan? Dan is de daar geldende pensioenregeling van toepassing. Is dat niet bij PFZW? Dan is het belangrijk werknemers goed over een eventuele nabestaandenregeling te informeren, zodat zij zich zo nodig op eventuele nadelige gevolgen kunnen voorbereiden.

Meer informatie over partner- en wezenpensioen