De overledene was met pensioen, heeft geen partner en wel één of meer kinderen jonger dan 21 jaar

Wanneer een dierbare overlijdt, komt er veel op u af. Naast het verdriet moeten er ook zaken geregeld worden. Daarmee proberen we u zo goed mogelijk te helpen. Hieronder leest u wat er in uw situatie geldt en wat u nog moet doen.

Moet ik het overlijden zelf doorgeven aan PFZW?

De overledene woonde in Nederland

U hoeft het overlijden niet door te geven als de overledene in Nederland woonde. Wij ontvangen dit bericht automatisch van de gemeente.

De overledene woonde in het buitenland 

Als de overledene in het buitenland woonde dan hebben wij een kopie van de overlijdensakte nodig. Stuur de kopie op naar onderstaand adres:
Pensioenfonds Zorg en Welzijn
Postbus 117
3700 AC Zeist

Wat is er geregeld voor de kinderen?

Wezenpensioen

Als de overledene niet alleen kinderen, maar ook een partner of ex-partner achterlaat, worden de kinderen gezien als 'halve wezen'. Ieder kind krijgt dan een uitkering van ongeveer 0,25% van het salaris, min de AOW-franchise, voor ieder jaar dat de overledene bij ons pensioen opbouwde. Laat de overledene meer dan 5 kinderen achter? Dan wordt het pensioen dat zij elk ontvangen iets lager. Het totaalbedrag van de 5 kinderen wordt dan verdeeld over alle kinderen.

Wezenpensioen aanvragen

PFZW krijgt van de gemeente door of de overledene kinderen heeft met recht op wezenpensioen. Nabestaanden ontvangen daarna snel een aanvraagformulier voor het wezenpensioen.

Voor kinderen onder de 18 jaar moet extra getekend worden. Dit mag gedaan worden door:

  • Een voogd: hier is een voogdijverklaring bij nodig.
  • Een ouder: in de meeste gevallen hebben wij dan een kopie van een identiteitsbewijs met handtekening van de ouder nodig. Is de ouder die tekent de vader, dan hebben we in sommige situaties een uittreksel uit het gezagsregister nodig.

Zodra de kinderen 18 jaar worden, ontvangen zij een brief van PFZW waarin ze worden gewezen op hun recht op wezenpensioen.

Wat wordt er nog meer geregeld?

1. Uitkering ineens

Deze eenmalige uitkering wordt na het overlijden uitbetaald als de overledene ouderdomspensioen, Flexpensioen of arbeidsongeschiktheidspensioen ontving. Het bedrag wordt overgemaakt aan de kinderen onder de 21 jaar en bedraagt:

  • 3x het brutomaandbedrag van de uitkering bij ouderdoms- of Flexpensioen
  • 2x het brutomaandbedrag van de uitkering bij arbeidsongeschikheidspensioen

Op deze uitkering wordt geen loonheffing ingehouden. Het nettobedrag is gelijk aan het brutobedrag.

2. Vakantiegeld

Het vakantiegeld over het pensioen van de overledene betalen wij uit in de maand mei over de voorafgaande maanden. Als er nog vakantiegeld is gereserveerd, ontvangt u dit een maand na het overlijden op de bankrekening waarop het pensioen werd gestort.

3. Jaaropgave

Wij leggen een overlijden vast in onze systemen. Na 2 tot 3 maanden wordt er de jaaropgave verstuurd. In januari van het volgende jaar wordt dan geen jaaropgave meer aangemaakt.

Was deze informatie nuttig voor u?