Overbruggingsplan

Wij hebben voor u de veelgestelde vragen over het overbruggingsplan op een rijtje gezet.

PFZW wil de soepeler regels voor indexatie toepassen om beter aan de ambitie van prijscompensatie te kunnen voldoen. Voorwaarde daarvoor is het indienen van een overbruggingsplan. PFZW heeft het overbruggingsplan voor 1 september 2023 ingediend bij DNB (De Nederlandsche Bank). PFZW wil zorgen voor een evenwichtige manier van omzetten naar het nieuwe pensioenstelsel met een voorzichtigheidsmarge. Daarom kunnen pensioenverhogingen hoger zijn bij een hogere dekkingsgraad. Daarvoor wordt bij een dekkingsgraad tot 110%, 20% van de dekkingsgraad boven de 105% gebruikt voor indexatie, bij een dekkingsgraad tot 115%, wordt 50% gebruikt en daarboven 100%. De verhoging is hierbij nooit hoger dan de prijsinflatie. Dit houdt bijvoorbeeld in dat als de inflatie 3% is, de verhoging bij een dekkingsgraad van 110% 0,9% is en vanaf een dekkingsgraad van ongeveer 115% 3%. Zie de grafiek hieronder.

Grafiek indexatie bij inflatie van 3 procent

In het overbruggingsplan beschrijft het pensioenfonds de financiële situatie van het pensioenfonds in de periode van 2023 tot 2026 en hoe het pensioenfonds hiermee aan de wettelijke eisen voldoet. Het overbruggingsplan bevat een beschrijving van de concrete maatregelen.

Het overbruggingsplan geldt vanaf de indexatie per 1 januari 2024. PFZW heeft het overbruggingsplan eind augustus 2023 ingediend bij De Nederlandsche Bank (DNB).

Het overbruggingsplan laat zien met welk beleid Pensioenfonds Zorg en Welzijn eind 2025 uitkomt op de gewenste financiële positie met een dekkingsgraad van tenminste 95%.

PFZW heeft als doel het pensioen dat al is opgebouwd dan om te zetten naar een kapitaal voor uw pensioen in de nieuwe regeling met een dekkingsgraad van (voorlopig) ten minste 95%. Als de dekkingsgraad op het moment van omzetten lager dreigt te worden, moet PFZW een pensioenverlaging doorvoeren. Dit wordt jaarlijks per 31 december getoetst. Aangezien de dekkingsgraad eind 2022 hier ruim boven lag is er bij het overbruggingsplan dat is ingediend in augustus 2023 geen sprake van een pensioenverlaging. De verwachte financiële situatie van het pensioenfonds gedurende de transitieperiode tot het moment van omzetten is als volgt.

31-12-2022*

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

108,1%

109,1%

109,4%

111,5%

*na verwerking van de nieuwe UFR-methode zoals voorgeschreven door De Nederlandsche Bank.

Meer lezen over nieuw pensioenstelsel.  

Het overbruggingsplan heeft een looptijd tot het moment dat de nieuwe pensioenregeling ingaat, nu gepland voor 1 januari 2026. Daarvoor is het vastgestelde beleid ook bedoeld en op evenwichtigheid beoordeeld. Jaarlijks actualiseert PFZW dit (voor 1 juli). Voor zover nodig kan dan het beleid worden aangepast. Zo kan nadere besluitvorming over de nieuwe pensioenregeling en het gewenste niveau van de dekkingsgraad bij de overgang daarin worden betrokken.

De overheid heeft besloten dat voor de periode tot de nieuwe pensioenregeling ingaat de regels om (gedeeltelijk) te verhogen soepeler worden. Pensioenfondsen mogen de pensioenen door deze versoepeling verhogen bij een beleidsdekkingsgraad van 105% of hoger. Dat betekent dat er € 1,05 in kas moet zijn voor elke euro die wij betalen aan pensioen. Het restant mag gebruikt worden voor een pensioenverhoging, voor zover de verhoging niet meer is dan de prijsinflatie. Ook moet het pensioenfonds aantonen dat het genoeg middelen houdt om evenwichtig over te gaan naar de nieuwe pensioenregeling. 

PFZW heeft met het overbruggingsplan beleid vastgesteld voor de indexatie. Hoe hoog de indexatie per 1 januari 2024 wordt is afhankelijk van de inflatie en dekkingsgraad van 30 september 2023.

Andere pensioenfondsen kunnen het beleid anders inrichten omdat de doelen voor de overgang naar de nieuwe pensioenregeling anders zijn of de omstandigheden zoals de financiële positie verschillen. 

De wettelijke regels geven meer ruimte om te verhogen dan PFZW heeft opgenomen in het beleid. PFZW zet de pensioenen op een evenwichtige manier om naar de nieuwe regels voor pensioen. De verhoging van pensioen kan hoger zijn naarmate de dekkingsgraad hoger is. Bovendien blijft er ook een marge over om tegenvallers op te vangen. 

Uw pensioen is voor het laatst per 1 januari 2023 verhoogd.

PFZW heeft de ambitie om de pensioenen mee te laten stijgen met de prijsontwikkeling. Daarbij kijken we naar de consumentenprijsindex over de periode van september ten opzichte van september van het jaar daarvoor (over 2022: 14,5%).

Wij besluiten elk jaar of er kan worden verhoogd. Er moet namelijk wel genoeg financiële ruimte zijn om de pensioenen te kunnen verhogen. Voor 2024 en 2025 gebruikt PFZW het beleid dat is opgenomen in het overbruggingsplan. Naar verwachting wordt de koopkrachtdaling gedeeltelijk gecompenseerd, maar gezien de economische omstandigheden van het moment is voorzichtigheid geboden. Door de gedeeltelijke verhoging is de kans op verlaging van de pensioenen de komende jaren beperkt.

De afgelopen tien jaar heeft PFZW uw pensioen als volgt verhoogd. Zie het overzicht hieronder.

Bij elk besluit kijken we naar de gevolgen voor alle deelnemers. Door tussentijds de pensioenen te verhogen (indexeren) krijgen gepensioneerden er direct meer geld bij. Ook de pensioenen van mensen die nog niet met pensioen zijn, gaan omhoog.

Maar verhogen kost geld. Daardoor raakt de totale ‘pensioenpot’ leger. Het plan is om in 2026 over te gaan naar het vernieuwde pensioenstelsel. Daarom kijken we naar de effecten van ons besluit tot en met dat moment. Door nu te verhogen is er minder geld te verdelen op het moment waarop we overgaan naar het nieuwe stelsel. Dat pakt per saldo iets minder gunstig uit voor mensen die nog werken en jongeren. Voor hen is de uitkering tot dat moment immers nog niet ingegaan. Anderzijds zijn met de soepeler regels voor indexeren de regels voor verlagen strenger geworden als het financieel tegen zit. Bij een betere financiële positie (een hogere dekkingsgraad) is de kans dat een verlaging in de toekomst moet plaatsvinden kleiner.

Bij de overgang gaan we hier rekening mee houden.

Door gebruik te maken van de nieuwe tijdelijke regels van de overheid (transitie-FTK) mag PFZW tot de ingang van de nieuwe pensioenregeling ruimer indexeren. Anderzijds zijn met de soepeler regels voor verhogen de regels voor verlagen strenger geworden als het financieel tegen zit. Bij een betere financiële positie (een hogere dekkingsgraad) is de kans dat een verlaging in de toekomst moet plaatsvinden kleiner. Door nu meer te indexeren houdt het pensioenfonds minder middelen over om later uitkeringen te kunnen doen. Omdat jongeren vooral met de lange termijn te maken hebben is meer indexeren nu - op de lange termijn bezien - voor hen ongunstiger. Daarom heeft PFZW ook niet gekozen voor de maximale ruimte om te verhogen. Voor de effecten van strenger verlagen geldt het omgekeerde.

Hoe de effecten van meer verhogen en strenger beleid voor verlagen per saldo uitpakken is onzeker. PFZW heeft de mogelijke generatie-effecten in kaart gebracht volgens een voorgeschreven methode (netto-profijtberekening) waar zowel de goede en slechte mogelijke ontwikkelingen samen worden genomen. Hierin zien we (hieronder in grafiek 1 en grafiek 2) dat de effecten licht positief zijn voor jongeren en licht negatief voor ouderen. De berekeningen zijn ook gedaan per 31 maart. Omdat de financiële uitgangssituatie daar iets beter is tellen de effecten van meer verhogen iets zwaarder mee en zijn de effecten tegenovergesteld (hieronder in grafiek 3 en grafiek 4). 

Grafiek

Grafiek

Grafiek

Grafiek

Voor de berekening van de generatie-effecten is de voorgeschreven methode van netto-profijtberekeningen gehanteerd voor een standaard maatmens bij PFZW onder toepassing van het door PFZW vastgestelde beleid voor verhogen en de wettelijke regels voor verlagen tot 2026. Dit beleid wordt vergeleken met het beleid zoals dat tot 2023 gold onder het FTK. 

De essentie van het overbruggingsplan staat in het nieuwsbericht PFZW kiest voor ruimer indexatiebeleid | PFZW. Het overbruggingsplan zelf bevat een beschrijving van de concrete maatregelen.

Het plan bekijken