Wat is een ouderenregeling?

In een ouderenregeling geeft de werkgever oudere medewerkers de mogelijkheid om minder te gaan werken. Het gaat hier om medewerkers die binnen tien jaar de pensioenleeftijd bereiken.

De pensioenpremie en de pensioenopbouw van de medewerker hebben invloed op de aanpassing van de contractwijziging. De werkgever betaalt het salaris door voor de uren die de medewerker werkt. Voor de uren die de medewerker dan niet meer werkt, ontvangt hij of zij een toeslag. Deze toeslag is te zien in de verloonde uren.

Voorbeeld van een ouderenregeling

Joris is 60 jaar en werkt 40 uur per week. Het werk valt hem steeds zwaarder en hij wil graag minder werken en meer vrije tijd hebben nu hij nog gezond is. Met een ouderenregeling blijft Joris 32 uur (80%) werken, krijgt 36 uur (90%) betaald en is dus 4 uur (10%) vrijgesteld van werk.

Door vrijwillige voortzetting in de pensioenregeling van PFZW blijft Joris wel gewoon 100% van zijn pensioen opbouwen.

Vrijwillige voortzetting en ouderenregeling

Medewerkers die binnen tien jaar de pensioenleeftijd bereiken, kunnen dankzij vrijwillige voorzetting minder uren werken, maar wel 100% pensioen opbouwen. Dit kan alleen met vrijwillige voortzetting voor de uren waarvoor de werkgever niet meer betaalt. Dat zijn de oude uren min de verloonde uren. De voorwaarde is dan wel dat de medewerker voor minimaal de helft van de oude uren blijft werken. 

Als de ouderenregeling in combinatie met aanvullende inkomstenbronnen of verlofrechten ervoor zorgt dat een deelnemer uiteindelijk minder werkt dan 50% van zijn oude contractomvang, kan er sprake zijn van een RVU (regeling voor vervroegde uitkering). Om dit van tevoren zeker te weten, legt u de ouderenregeling met een RVU-toets voor aan de Belastingdienst. 

Vervroegd ouderdomspensioen en ouderenregeling

Om het verlaagde inkomen in een ouderenregeling aan te vullen, kan uw medewerker vervroegd ouderdomspensioen opnemen.

Let op: Wilt uw medewerker zijn of haar pensioen opnemen en de pensioenopbouw vrijwillig voortzetten op hetzelfde moment? Dat kan bij PFZW alleen wanneer u als werkgever een ouderenregeling heeft. Neemt uw medewerker vervroegd pensioen op maar is er geen ouderenregeling? Dan is vrijwillige voorzetting dus niet toegestaan. 

> Meer informatie over vrijwillige voortzetting voor uw medewerkers  

Tips voor het invoeren van een ouderenregeling
  • Regel de inzet van verlofrechten
    Zorg ervoor dat uw medewerker bij deelname aan de ouderenregeling regelt hoe er wordt omgegaan met opgespaard en nog op te bouwen (bovenwettelijk) verlof, zoals PLB-, PBL- of LFB-uren (Persoonlijke Levensfase Budget, Persoonlijk Budget Levensfase, Levensfasebudget).  

  • Bepaal wie de vrijwillige voortzetting betaalt
    Bijvoorbeeld: de werkgever betaalt 50% en de werknemer 50%. Er is ook een andere verdeling mogelijk.

  • Volg het pensioenakkoord
    Pas de ouderenregeling toe zoals afgesproken in het pensioenakkoord

  • Houd rekening met de fiscale en arbeidsrechtelijke voorwaarden
    Informeert u zich voor het maken van een regeling goed over de fiscale en arbeidsrechtelijke voorwaarden. Zoals die over de Regeling voor vervroegde uittreding (RVU) en de Wet op de gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid (WGBL).

  • Let op dat uw medewerker vrijwillige voorzetting op tijd aanvraagt
    Een aanvraag voor vrijwillige voortzetting kan tot uiterlijk negen maanden nadat uw medewerker minder is gaan werken. Daarna is de aanvraag niet meer mogelijk.

  • Wilt u een ouderenregeling invoeren? Houd rekening met deze belangrijke vragen:
  1. Wat wilt u bereiken met een ouderenregeling?
  2. Welke mogelijkheden biedt de CAO voor oudere werknemers?
  3. Wat heeft u als werkgever nodig om de doelstelling te bereiken?
  4. Wat zijn de gezamenlijke belangen voor werkgever en werknemer?
  5. Wat zijn de kosten en opbrengsten van de invoering van een ouderenregeling?