Uw medewerker neemt of krijgt ontslag en gaat uit dienst. Uit dienst gaan heeft verschillende gevolgen voor de opbouw van het pensioenvermogen. Informeer uw medewerker goed over de gevolgen.
Uw medewerker kan na beëindiging van het dienstverband (tijdelijk) werkloos zijn. Uw medewerker blijft 6 maanden verzekerd tegen de financiële gevolgen van overlijden en arbeidsongeschiktheid. Dit noemen wij risicodekking en deze hoeft niet aangevraagd te worden. Voor de risicodekking is geen premie verschuldigd. Ongeveer 6 weken voor einde van de risicodekking informeren wij uw medewerker over de verder opties:
Bij uit dienst gaan stopt de opbouw van pensioenvermogen bij ons. Uw medewerker kan ervoor kiezen om de regeling op eigen kosten voort te zetten. Dit heet vrijwillige voortzetting. Binnen 9 maanden na uit dienst gaan kan uw medewerker hiervoor online zelf een berekening maken en de vrijwillige voortzetting afsluiten. Het recht om vrijwillig voort te zetten start vanaf het einde van het dienstverband tot uiterlijk de AOW-leeftijd met een maximum van 3 jaar.
Heeft uw medewerker een nieuwe baan waardoor hij/zij ergens anders pensioenvermogen opbouwt? Dan kan uw medewerker ervoor kiezen om het bij ons opgebouwde pensioenvermogen mee te nemen naar het nieuwe pensioenfonds. Dit noemen wij waardeoverdracht.
Uw medewerker kan ervoor kiezen om eerder met pensioen te gaan, dat kan vanaf 10 jaar voor de AOW-datum. Gaat hij/zij een WW-uitkering ontvangen? Dan is het niet verstandig om vervroegd pensioen op te nemen. Het pensioen wordt dan namelijk in mindering gebracht op de WW-uitkering.
Bij ontslag van meerdere medewerkers geven wij graag de presentatie 'Ontslag en pensioen'. Zo informeren we alle medewerkers in één keer goed over de gevolgen voor hun pensioen.